Golf in de West: van raffinaderijbanen tot Golfclub Paramaribo
26 september 2026
Een lezer attendeerde ons op het bestaan van meerdere golfbanen in ‘de West’, waarvan tot dan toe enkel de Shell Golf Club Curaçao een pagina op golfgeschiedenis.nl had. Het riep de grotere vraag op sinds wanneer er eigenlijk voor het eerst gegolfd werd in de West.
Het onderzoek bracht ons naar Curaçao, Aruba en Suriname en leverde een geschiedenis op waarin mijnbouw- en oliebedrijven, buitenlandse werknemers en golf opvallend vaak samenkomen. Tegelijk bleken de verbindingen met het Nederlandse golf veel hechter dan op het eerste gezicht misschien gedacht.
Curaçao en Aruba
Op Curaçao gaat die geschiedenis in ieder geval terug tot het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw, en waarschijnlijk verder. Toen op 29 september 1931 de Shell Golf Club werd opgericht, bestond bij Nieuwpoort al de baan van de Santa Barbara Golfclub, waar vooral Engelse werknemers van de Mijnmaatschappij Curaçao speelden. Hoe oud die baan precies was, is nog niet vastgesteld.
De nieuwe Shell Golf Club kwam voort uit de werknemersgemeenschap van de Curaçaosche Petroleum Industrie Maatschappij. Vanaf 1936 beschikte zij over een 9-holes baan bij Emmastad. Zoals op meer droge Caribische banen werd daar niet op grasgreens gespeeld, maar, heel typisch, op met olie vermengd zand - de zogenaamde ‘browns’.
Ook op Aruba lijkt al in het begin van de jaren dertig te zijn gegolfd. Herinneringen van voormalige werknemers van de Lago-raffinaderij maken melding van een primitieve baan bij Savaneta, aangelegd door enkele Amerikaanse medewerkers, vermoedelijk rond 1937. Bij de Eagle Colony, de woonkolonie van personeel van de Arend Petroleum Maatschappij bij Oranjestad, lag toen een baan met zeven of acht holes die als 9-holes baan werd gespeeld.
"Aruba Golf Club bestaat nog steeds en vormt een bijzonder tastbaar restant van de golfcultuur rond de oude raffinaderijgemeenschap"
Een tweede Arubaanse ontwikkeling volgde bij San Nicolas. Daar opende in januari 1941 de 9-holes baan van de Aruba Golf Club, voortgekomen uit de Amerikaanse gemeenschap rond de Lago Oil & Transport Company. Ook hier bepaalde het droge klimaat het karakter van de baan. Gewone grasgreens waren nauwelijks haalbaar en daarom ook hier ‘browns’ in plaats van greens, die voor het putten nog even met een roller werden gladgestreken. De baan bestaat nog steeds en vormt daarmee een bijzonder tastbaar restant van de golfcultuur rond de oude raffinaderijgemeenschap.
De golfwerelden van Aruba en Curaçao stonden bovendien niet los van elkaar. Shell en Lago speelden geregeld tegen elkaar; toen maandblad Golf in 1948 berichtte over de komst van een Nederlandse professional naar Curaçao, was de negende jaarlijkse wedstrijd om de Noorduyn-Smith-Trofee inmiddels een feit. De Lago Golf Club bestond volgens Golf overigens vooral uit Amerikaanse spelers.
Jan Cramer
De Nederlandse professional die naar Curaçao ging, was Jan Cramer (1920-1993). Zijn komst in 1948 vormt misschien wel de mooiste directe verbinding tussen het golf in de West en het bestaande Nederlandse golfleven. Cramer was samen met zijn broers Kees als caddie begonnen op de Noordwijkse Golfclub. In 1940 volgde een aanstelling als professional van de Twentsche Golfclub.
Cramer behoorde in die jaren tot de beste spelers van Nederland. Hij won het Nationaal Open in 1946 en opnieuw in 1948. Dat laatste jaar werd hij bovendien nationaal kampioen bij de professionals: op Golfclub De Dommel eindigde hij samen met Jan Blansjaar op 149 slagen, waarna zijn betere slotronde de doorslag gaf. Het was een van zijn laatste wedstrijden voordat hij naar Curaçao vertrok.
De Shell Golf Club had bewust naar een Nederlandse professional gezocht en koos Cramer om de groeiende groep spelers les te geven. Daarmee arriveerde op Curaçao niet zomaar een golfleraar, maar iemand die midden in het Nederlandse wedstrijdgolf had gestaan. Cramer zou vervolgens een vaste waarde worden binnen het Curaçaose golfleven.
Suriname
In Suriname arriveerde golf, voor zover we nu kunnen nagaan, later. Daar is het begin bovendien uitzonderlijk goed te dateren. De drijvende kracht was ingenieur Hillerich Meyer. Hij werd in 1904 in Amersfoort geboren en studeerde in 1928 af als civiel ingenieur aan de Technische Hogeschool in Delft.
Nog datzelfde jaar vertrok hij naar Nederlands-Indië, waar hij als ingenieur in dienst trad van de Deli Spoorweg Maatschappij in Medan. Hij bleef daar tot de Japanse bezetting in 1942 en werkte onder meer aan het station van Medan, het station van Rantau Prapat en de telefooncentrale van de spoorwegmaatschappij in Tanjung Balai. In de oorlog belandde Meyer, die als eerste luitenant stond geregistreerd, in Japanse krijgsgevangenschap. Na de bevrijding verbleef hij twee jaar in Nederland, waarna hij in 1947 terugkeerde naar Indonesië en tot 1951 met de leiding van de Deli Spoorweg Maatschappij was belast.
Golf was voor Meyer geen nieuwe liefhebberij. Tijdens zijn jaren in Indonesië had hij volgens een latere Surinaamse bron op vele plaatsen gegolft. Waar precies is niet te zeggen, maar zijn standplaats Medan is de meest voor de hand liggende mogelijkheid. Daar werd in 1936 een golfbaan met bijbehorend clubhuis geopend. In de laatste jaren voor de oorlog ontstonden bovendien verschillende andere banen in Noord-Sumatra, onder meer in Pankalan Brandan, Brastagi, Prapat en Siantar. Kortom, genoeg mogelijkheden voor Meyer om golf te spelen.
"In 1954 kwam Meyer naar Suriname, twintig dagen later werd Golfclub Paramaribo opgericht"
In 1954 kwam Meyer naar Suriname om de leiding van de Surinaamsche Bauxiet Maatschappij over te nemen. Zijn golfstokken gingen mee. Op 15 oktober van dat jaar verzamelde hij bij hem thuis aan de Waterkant een aantal belangstellenden om te bespreken of een golfclub levensvatbaar zou zijn. Twintig dagen later, op 4 november, werd Golfclub Paramaribo opgericht, uiteraard met Meyer als eerste voorzitter.
Een terrein van de familie Pont aan het toenmalige Pad van Wanica werd voor de baan beschikbaar gesteld. De aanleg kostte ongeveer 30.000 Surinaamse guldens en werd gesteund door bedrijven, leden en het Departement van Landbouw. In 1955 kon er daadwerkelijk worden gespeeld op een terrein van ongeveer negen hectare groot. De jonge club groeide vervolgens snel: rond 1961 telde zij ongeveer honderd leden. Er waren bovendien contacten met golfers in Moengo, Curaçao en het toenmalige Brits-Guyana.
Banden met het Nederlandsch Golf Comité
Intussen werden ook de formele banden met het Nederlandse golf aangehaald. In 1955 verzocht de Shell Golf Club te mogen toetreden tot het Nederlandsch Golf Comité (de voorloper van de NGF); het bestuur gaf daaraan graag gehoor. Twee jaar later werden zowel Shell Golf Club Curaçao als Golfclub Paramaribo in de notulen genoemd als bij het NGC aangesloten clubs. Daarmee maakten de clubs in de West daadwerkelijk deel uit van de Nederlandse golfstructuur.
Dat bleef niet alleen een bestuurlijke band. In 1965 werd de Lucas Bols Trofee gelijktijdig op 21 golfclubs in Nederland, Curaçao en Suriname gespeeld. In Paramaribo deden zeventien golfers mee, op Curaçao veertig. Zo waren spelers duizenden kilometers van elkaar verwijderd op dezelfde dag onderdeel van dezelfde Nederlandse golfwedstrijd.
De geschiedenis van golf in de West blijkt daarmee meer te zijn dan een verzameling afzonderlijke clubgeschiedenissen. Op Curaçao ontstond golf rond mijnbouw en olie, op Aruba rond de raffinaderijen en in Suriname speelde de bauxietindustrie een belangrijke rol. Tussen die gemeenschappen ontstonden onderlinge wedstrijden en contacten, terwijl clubs op Curaçao en in Paramaribo zich tegelijkertijd aansloten bij het Nederlandsch Golf Comité. En via mannen als Jan Cramer en Hillerich Meyer liepen er bovendien heel concrete persoonlijke lijnen tussen Nederland en de golfbanen overzee.
Golf speelde zich niet alleen af op De Pan, de Haagsche of de Kennemer, maar ook op stoffige banen naast raffinaderijen op Curaçao en Aruba en op een terrein buiten Paramaribo. De West is geen losstaand voetnootje in die geschiedenis, maar maakte gedurende tientallen jaren deel uit van hetzelfde golfnetwerk. Hierbij moet wel worden aangetekend dat het aantal bronnen over deze geschiedenis te wensen overlaat. Mochten er lezers zijn met meer informatie over dit onderwerp: laat het ons weten via een mail aan info@golfgeschiedenis.nl!
Verder lezen
Curaçao
Santa Barbara Golfclub (1931)
Shell Golf Club Curaçao (1931)
Blue Bay Curaçao Golf & Beach Resort (1999)
Old Quarry Golf Course (2010)
Aruba
Eagle Colony Golfbaan (1937)
Aruba Golf Club (1941)
Suriname
Golfclub Paramaribo (1954)
Foto onder: 1938, de browns van Shell Golf Club Curaçao.
Foto onder: 1955, approach naar de derde green van de browns van Shell Golf Club Curaçao.