Jan Blansjaar: de gentleman-professional van Hattem
17 juni 2026
In 2025 berichtten we over unieke filmbeelden van Jan Blansjaar die zijn opgedoken. In dit artikel gaan we nader in op het leven van de onvergetelijke eerste professional en "chef-de-réception zonder weerga" van de Hattemse Golf & Country Club. Dit artikel verscheen eerder in Golfers Magazine.
Jonge jaren
Jan Blansjaar werd op 30 december 1907 geboren in Velsen, als zoon van timmerman Jan Blansjaar (1862–1932) en zijn vrouw Grietje Bol (1875–1952). Blansjaar senior was rond 1900 vanuit Leiden, waar zijn van oorsprong Franse familie in de 17de/18de eeuw was neergestreken, naar Santpoort getrokken. Daar woonde het gezin sinds 1910 vlakbij de eerste 9-holes golfbaan van de Kennemer Golf Club.
In 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog, stelde deze club haar eerste Nederlandse professional aan: regerend Dutch Open-kampioen Jacob Oosterveer. Hij eindigde in 1916 immers als eerste professional en het winnen van de beker was enkel aan professionals voorbehouden. Het was een tijd van drukte op de nieuwe links in Santpoort (de baan waar de Kennemer toen speelde), vooral ook vanwege de in Nederland geïnterneerde Britse officieren die een grote bewegingsvrijheid genoten en dus ook in de buurt van de Kennemer Golf Club (Duin en Kruidberg, Velserend) logeerden.
De benodigde caddies werden, net als op andere clubs, gevonden in de directe nabijheid van de baan. Oosterveer moet op deze manier de negenjarige Jan Blansjaar gevonden hebben, die al snel uitgroeide tot een gewaardeerd tassendrager. En zoals Oosterveer het spel had afgekeken van de goede amateurs op de Haagsche, deed Blansjaar dat op de Kennemer. Oosterveer moet wat van zichzelf herkend hebben en gaf Blansjaar daarom ook les in het spel.
De oorlog eindigde, maar Blansjaar bleef als caddie werken op de Kennemer. Toen hij school verliet - dat moet ongeveer in 1920 zijn geweest (school was verplicht voor kinderen tot en met 12 jaar) - bleek het dragen van de tassen op de Kennemer geen lucratief carrièrepad te zijn. Gelukkig ontwikkelde Blansjaar zich tot een goede speler. Op de Kennemer was het gebruikelijk dat bij afwezigheid van de professional de leden ook tegen betaling met de betere caddies konden spelen. Dit bracht hem een lastig parket, want Oosterveer was minder enthousiast over deze regeling, die hem natuurlijk geld kostte.
Les geven in de tuin van het Instituut voor de Tropen in Amsterdam
Halverwege de jaren twinitig van de vorige eeuw droeg Blansjaar de stokken van Jetje Detering (1899–1978), een nichtje van Shell-baas ‘Sir Henry’ Detering. Zij stond in 1923 aan het roer van de handelsfirma Erven Jacob Detering, en in die hoedanigheid trad zij als eerste vrouw toe tot de Amsterdamse Vereniging voor de Effectenhandel. Dat op zichzelf betekende een mijlpaal in de vrouwenemancipatie, maar liet onverlet dat zij nog steeds niet zelf mocht handelen op de beursvloer. En dus waren er mannen nodig om dit klusje te klaren. Op die manier werd caddie Jan Blansjaar aangenomen als jongste bediende bij de Erven Jacob Detering. Een groot succes werd het niet. Ondanks goede financiële vooruitzichten, bleef Blansjaar verlangen naar het door hem geliefde golfspel.
Met de verhuizing van de Kennemer naar Zandvoort in 1928, en het vertrek van Jacob Oosterveer naar Toxandria in datzelfde jaar, werd er weer wat mogelijk. Op voorspraak van Harry Colt kwam de Engelsman Les King naar Zandvoort, een clubmaker van enige naam en faam. En nu was er ook eindelijk gelegenheid om Blansjaar opnieuw aan te nemen, als leerling van King.
Voor de Kennemer-leden met een werkkring in Amsterdam, zoals wethouder Walrave Boissevain en burgemeester Van Hall, was er bovendien eind 1927 al een ‘Golfschool’ geopend in de tuin van het Instituut voor de Tropen in Amsterdam. Daar verzorgden Blansjaar en Bradshaw, de andere nieuwe assistent, na het vertrek van Oosterveer de lessen.
Hattem
In de zomer van 1929 ging Blansjaar poolshoogte nemen bij een nieuw golfproject in het oosten van het land, in Hattem. Hij bekeek de in aanleg zijnde 9-holes baan en sprak met Henri Daendels, echtgenoot van de initiatiefneemster. Een jaar later werd Blansjaar op een reguliere clubmiddag een brief ter hand gesteld, afkomstig van deze mevrouw Clara Daendels-van Rijck. Hoewel ze zijn naam verkeerd geschreven had - misschien een verwijzing naar zijn Franse wortels? - was de boodschap duidelijk:
"Geachte heer Blanchard,
Verleden jaar om dezen tijd bent u in Hattem geweest om met veel belangstelling onze golfwerkzaamheden te zien. Toen hebt u mijn man gesproken.
Nu is de golf in Hattem voltooid en zal de opening a.s. september plaatsvinden. Misschien vergis ik mij, maar na uw bezoek in Hattem heb ik het gevoel gekregen dat u wel bij ons in Hattem professional zou willen worden. Het succes van de golf hangt zeer af van zijn professional en uw reputatie van golfles geven hier te lande is van dien aard dat ik het zeer aangenaam zou vinden om u hier aan het werk te zien."
Op de Kennemer verklaarden ze Blansjaar voor gek. Wat zou hij daar vinden, op een kleine 9-holes baan ver weg van de Randstad? Maar Blansjaars interesse was gewekt en de goede financiële voorwaarden trokken hem definitief over de streep: in 1930 verliet hij zijn vertrouwde omgeving voor een ongewis avontuur in Hattem.
Van meet af aan bleek Blansjaar, precies zoals mevrouw Daendels had voorspeld, onmisbaar voor de club. Hij ‘was’ de shop, de leermeester, clubmaker en het secretariaat in één: een "chef-de-réception zonder weerga"’. Blansjaar bleek bovendien een echte ‘gentleman golfer’: altijd keurig gekleed, beschaafd en toeziend op de etiquette, vooral waar het de caddies betrof die hij onder zijn hoede had. Een golfclub was een sociale omgeving met strakke regels en gedragsregels, en dat was lang niet voor iedereen weggelegd, maar Jan Blansjaar voelde zich er als een vis in het water: hij beschouwde de enigszins feodale omgangsvormen als uitstekende secundaire arbeidsvoorwaarden. De etiquette had hij naar verluidt zó geïnternaliseerd dat hij zelfs zijn hoed afnam als hij de telefoon beantwoordde.
Les nemen in Engeland, alles om beter te worden
Gelukkig voor de club was Blansjaar ook helemaal verslingerd aan golf en altijd op zoek naar verbetering. In de rust van zijn huis, ‘De Hooge Welle’, dat diep in de bossen van Wapenveld verscholen lag, en waar ’s nachts de reeën en zwijnen door zijn tuin trippelden, verslond hij boeken over golftechniek, als hij niet naar muziek luisterde, zijn andere grote liefhebberij. En als hij van het bestuur een paar vrije dagen had gekregen, dan nam hij de boot naar Engeland om er les te nemen bij de Allweather Golfschool in het Londense Holland Park. Alles om beter te worden.
Blansjaar beheerste alle slagen tot in de puntjes en zijn swing kon zich meten met die van de beste spelers uit de jaren dertig (zie de recent opgedoken filmbeelden!). En, niet onbelangrijk: hij kon het geweldig overbrengen. Zo ontwikkelde Jan Blansjaar zich tot een van die vermaarde eerste leermeesters uit de Nederlandse golfgeschiedenis. Tot zijn bekende leerlingen behoorden onder meer (jeugd)kampioenen Jeanne Reinders, Wilfred Smit, Rolf Olland en Lout Mangelaar Meertens. Maar ook mindere goden werden door Blansjaar aangestoken met zijn enthousiasme voor het spel.
Berend Knol bijvoorbeeld, die in gezelschap van zijn zoons per ongeluk op het terrein van de Hattemse verzeild raakte en Blansjaar tegen het ranke lijf liep. Die maakte de familie direct enthousiast voor golf, met als onbedoeld gevolg dat Knol twee jaar later maandblad Golf zou gaan uitgeven.
Voor kinderen als die van Knol, maar ook de latere NGF-president Jan Willem Verloop, hanteerde Blansjaar een vast procédé: hij projecteerde een film van Bobby Jones op een scherm, posteerde de leerling hiervoor en sloot af met de mededeling: "Kijk maar goed en probeer het na te doen." Eenmaal buiten was zijn belangrijkste aanwijzing: "Breng je linkerschouder onder je kin bij de backswing en je rechterschouder onder de kin bij de slag." En van daaruit schaafde hij geduldig aan alle leerlingen die hem in de loop der jaren consulteerden.
Nationaal Open-kampioen 1935
Blansjaar ontwikkelde zich tot een echte teaching professional, maar kende ook als ‘playing professional’ de nodige successen. Eenmaal mocht hij zich landelijk kampioen noemen, twee keer bijna. De eerste keer was kort na zijn verhuizing naar het oosten, in 1932, toen het besloten kampioenschap voor professionals, een strokeplaywedstrijd over 36 holes, in Hattem werd georganiseerd, waar Blansjaar vanwege zijn kennis van de baan in het voordeel was.
In de laatste ronde op de tweede hole, een 'bogey 4', gebeurde er iets bijzonders. Na een goede drive en een daaropvolgend approachshot lag Blansjaar binnen 20 yards van de hole. Bij het adresseren hield de caddie de vlaggenstok vast om duidelijk te markeren waar de hole lag, maar toen Blansjaar zijn putt daadwerkelijk sloeg, bleef de caddie de stok vasthouden. De bal kaatste tegen de vlaggenstok en rolde terug de green op. En dat was in 1932 nog steeds een erg dure fout, want de geldende regel uit 1908 stelde het volgende: "When a competitor’s ball lying within twenty yards of the hole is played and strikes either the flag-stick or the person standing at the hole, the penalty shall be two strokes in stroke play."
In plaats van een birdie - ervan uitgaande dat Blansjaar de putt gemaakt zou hebben - werd het een double bogey. Dit werd extra pijnlijk omdat Blansjaar bij het sluiten van de markt slechts twee slagen achterstand op eindwinnaar Dirk Oosterveer bleek te hebben. Een doekje voor het bloeden was een cheque van 50 gulden, die zijn gedeelde tweede plaats opleverde.
Drie jaar later volgde een voorlopig hoogtepunt voor Blansjaar. Wederom in Hattem was hij in topvorm. Met een score van 'twee onder bogey' (tegenwoordig zeggen we twee onder par) bleef hij Dirk Oosterveer drie slagen voor en mocht hij zich Nationaal Open-kampioen van 1935 noemen.
Oorlogsjaren
De Hattemse Golf & Country Club kwam zonder al te veel kleerscheuren de eerste vier oorlogsjaren door. Golfhotel De Konijnenberg mocht zich zelfs in toenemende belangstelling verheugen in de eerste jaren van de bezetting. Blansjaar werkte ook gewoon door en speelde ook erg goed, getuige onder meer zijn baanrecord van 30 slagen over 9 holes op de Twentsche in 1942. In maandblad Golf liet Blansjaar van zich horen, voor het eerst in 1943:
"Zorg voor wijdte in den opzwaai en draai de heupen, sla laat, 'ga pas door den bal', wanneer uw linkervoet weer op den grond staat."
Daarna volgde nog een instructieve tekst over 'de explosieslag' uit de bunker naar de hole.
In 1944 werd ook in Hattem de oorlog meer gevoeld: in het najaar van 1944 werd het clubhuis gevorderd door de Duitse Ortskommandantur. Blansjaar slaagde erin het nodige materiaal in veiligheid te brengen. Tassen en stokken verstopte hij in een kippenhok achter de green van de tweede hole, en toen in de daaropvolgende hongerwinter de baan onder water dreigde te lopen, wist hij de spullen nog net op tijd zo op te stapelen dat ze droog bleven. Ondertussen vond aankomend voorzitter Godfried Roderic baron van Voorst tot Voorst (1886–1967), op de vlucht voor de Duitsers, een veilig onderkomen bij Blansjaar. De grote klap voor de club kwam pas na de oorlog, toen in de zomer na de bevrijding het clubhuis annex golfhotel De Konijnenberg volledig afbrandde.
Toch was de oorlog - en waarschijnlijk vooral de hongerwinter - Blansjaar niet in de koude kleren gaan zitten. Nog geen jaar na de bevrijding werd hij getroffen door een maagperforatie, waarvoor hij in Haarlem behandeld werd. Hoewel hij in augustus 1946 weer was hersteld, zou zijn maag voor altijd een zwakke plek blijven. Vooral bij toegenomen stress kon dat tot problemen leiden.
Lucky
In deze tijd van materialenschaarste kwam er hulp uit onverwachte hoek. Een uit Indië gerepatrieerde scholier en zijn hond Lucky bezochten de Hattemse en hoe het precies mogelijk is, blijft mysterieus, maar de hond bleek ‘een neus’ voor golfballen te hebben. Niet alleen ballen waar men op dat moment naar zocht, maar ook ballen die al jaren als verloren werden beschouwd, werden door Lucky uit hun schuilplaatsen gegraven. Toen de scholier in 1948 plotseling moest terugkeren naar Indië, werd Jan Blansjaar als geschikt nieuw baasje gevonden. Al snel waren de twee onafscheidelijk:
"Lucky is buitengewoon trouw en wanneer Blansjaar het veld opgaat om les te geven of om zelf te spelen, moet zij zeer tot haar teleurstelling achter het clubhuis worden vastgebonden. Niemand, behalve Blansjaar, is in staat haar mee te krijgen, want er is niemand anders voor haar dan Blansjaar. Waaks is zij ook; een vreemdeling wordt direct aangeblaft, maar wanneer Lucky de kennismaking bevalt, is zij de vriendelijkheid zelve en valt de opgestoken snor gerustgesteld neer."
Genoegdoening voor de dramatische putt van 1932 leek er dan eindelijk te komen in 1948. Het nationale kampioenschap voor professionals vond dat jaar plaats op de 9-holes baan van Golfclub De Dommel. Ondanks dat hij zich niet helemaal fit voelde, schoot Blansjaar uit de startblokken met een eerste ronde van 72, twee slagen boven par en afgetekend de beste score die dag.
Ongelukkigerwijze ging zijn tweede ronde in 77 slagen, opgeteld 149. Zijn kameraad en titelverdediger Jan Cramer - het zou een van zijn laatste wedstrijden zijn voordat hij naar Curaçao vertrok - kwam uiteindelijk tot precies dezelfde eindscore, maar deed dat met een slotronde van 75. In dit geval schreef het wedstrijdreglement voor dat diegene met de laagste score over de laatste 18 holes de beker kreeg.
Wederom gefnuikt door een regel - al was Blansjaar er te veel gentleman voor om bij de pakken neer te zitten - reisde hij vanuit Sint-Michielsgestel via Utrecht terug naar Wapenveld. Eenmaal op station Utrecht werd het slechte gevoel dat hij de hele dag had gehad onhoudbaar. In het ziekenhuis bleek het voor de tweede maal om een maagperforatie te gaan. Wederom herstelde hij, maar de gevolgen drukten ditmaal nog zwaarder op hem.
Jubileum
Op 4 september 1955 vierden Blansjaar en de Hattemse hun gezamenlijk 25-jarig jubileum. Toepasselijk, want: "Wie Hattem zegt, zegt Jan Blansjaar". Het werd een memorabele dag, niet in het minst vanwege de aanwezigheid van vele collega’s van Blansjaar die vanuit het hele land naar Hattem waren gekomen om hun geliefde collega te eren, de meesten hadden zelfs voor het eerst van hun leven een smoking aangetrokken. En velen hadden bijgedragen aan de buitenlandse reis en het gouden armbandhorloge dat de jubilaris cadeau kreeg. Bij het diner sprak NGF-president Rolf Olland een gedicht uit, met daarin onder meer de volgende passage:
Vijfentwintig jaar lang "lessen"
In zijn eigen soeple stijl
Als-maar door golfboeken lezend.
Vervolmakend 't eigen peil.
Overplantend zo zijn kennis
Op de leerling, jong of oud
Zó verdiept was Jan in 't golfspel
Dat hij nimmer is getrouwd.
Pensioen
Vijf jaar, een hernia en een buikvliesontsteking later kreeg Blansjaar van zijn arts het dringende advies om het rustiger aan te doen. Te veel stress vormde een te groot risico voor zijn kwetsbare maag. Zo kwam er in 1960, op 53-jarige leeftijd, een einde aan zijn actieve loopbaan. De Hattemse liet hij in vertrouwde handen achter. De jonge professional Alex Loesberg, door Blansjaar persoonlijk uitgekozen als opvolger, bleek een gouden greep: Loesberg zou de club nog zeventien jaar trouw blijven.
Het pensioen betekende echter allerminst een afscheid van het spel. Daarvoor was Blansjaar veel te innig verbonden met golf. Hij verscheen nog dagelijks op de club en werd, als erkenning voor zijn verdiensten, toegelaten als lid - een unicum in de Nederlandse golfwereld en een teken van de klassedoorbrekende waardering die hij genoot.
Ook buiten Hattem bleef hij een centrale figuur. Tijdens zijn pensionering vervulde hij de rol van alomtegenwoordige secretaris van de NPGA (nu PGA Holland): waar de professionals ook een wedstrijd speelden, daar was Blansjaar. Zo groeide hij uit tot de geestelijk vader van het Nederlandse golfprofessionalsgilde: secretaris, archivaris, non-playing captain en beschermheer tout court.
In 1962 vertrok hij per boot naar de Canarische Eilanden, waar hij zou verblijven bij Eva Roelants-Veltman, ‘Doña Eva’, de tweevoudig nationaal kampioene, met wie hij zou gaan golfen. Maar nog onderweg trof hij twee passagiers met interesse in golf, en niet veel later had Blansjaar zijn stokken en ballen uit zijn bagage gehaald en stond hij op het voordek demonstraties te geven. Drie jaar later kreeg dit een structureler vervolg: als ‘golf-animator’ voer hij de wereld over. Het vormde een mooie sluitstuk van zijn carrière als golfprofessional.
Halverwege de jaren zeventig trok Blansjaar zich volledig terug uit het actieve golfleven. Op 14 juni 1988 overleed de onvergetelijke professional op 80-jarige leeftijd.
Foto onder: Jan Blansjaar op hole 15 van de Kennemer (1928).
Foto onder: Jan Blansjaar (vermoedelijk op de Kennemer, circa 1928).
Foto onder: opening van de 9-holes golfbaan van de Hattemse G&CC op 12 april 1931. Gerry del Court van Krimpen puttend, rechts op de green Aarnout Snouck Hurgronje en Clara Daendels-van Rijck, uiterst links Jan Blansjaar.
