Van weiland naar golfbaan
19 maart 2026
In 2026 vieren vier golfclubs een bijzonder jubileum: de Keppelse (1926), Twentsche (1926), Olympus (1976) en de Beemster (Kavel 2, 2001). (Alle banen/clubs hebben een pagina op de website golfgeschiedenis.nl). Vier verenigingen met een verschillende ontstaansgeschiedenis, maar met een duidelijke overeenkomst: alle vier zijn zij verbonden met agrarisch grondgebruik. Dat is geen toeval, en ook geen recente ontwikkeling.
Vanaf het begin werd er in Nederland gegolfd op grond die in eerste instantie een agrarische functie had. Weilanden boden ruimte, waren relatief eenvoudig beschikbaar en lagen vaak in landschappen die zich leenden voor het spel. De eerste banen van de Haagsche en de Kennemer lagen letterlijk tussen het vee. Greens werden gemaaid in bestaand grasland en het landschap bleef grotendeels ongewijzigd. Ook langs de kust, bijvoorbeeld in Noordwijk en Domburg, werd gebruikgemaakt van bestaande terreinen waarin het spel zich naar de omgeving voegde.
Van een uitgewerkte ontwerppraktijk was in deze periode nauwelijks sprake. Later werden er, onder invloed van ontwerpers als Harry Colt, eerste stappen gezet richting een meer bewuste inrichting. Daarbij werd het bestaande terrein als uitgangspunt genomen, maar waar nodig ook gemodelleerd en aangepast.
De ontwikkeling van golfbanen in Nederland kan sindsdien worden gezien als een geleidelijke verschuiving van gebruik naar inrichting, en uiteindelijk naar ontwerp.
Gofbanen in Nederland
In meer dan de helft van de gevallen (61 procent) zijn Nederlandse golfbanen aangelegd op voormalig agrarisch gebied. De voormalige bestemming van golfterreinen is als volgt.
• 61 procent agrarische grond, poldergebied, weiland
• 31 procent natuurgebied
• 8 procent vuilstort
De Keppelse: ontwikkeling over meerdere banen
De Keppelse Golfclub laat deze ontwikkeling in geconcentreerde vorm zien, juist omdat de club in haar geschiedenis meerdere banen heeft gekend. De eerste baan, vanaf 1926 onder de naam Golfclub Enghuizen, lag in een weiland achter het landhuis. Het terrein bleef agrarisch in gebruik. Koeien liepen tussen de holes en de greens werden beschermd met prikkeldraad. Het onderhoud beperkte zich tot het noodzakelijke. Golf werd hier gespeeld binnen de bestaande omstandigheden.
Al na enkele jaren bleek deze locatie te beperkt. In 1931 volgde een verhuizing naar een ander, eveneens gepacht terrein. Hoewel deze tweede baan meer ruimte bood, bleef het uitgangspunt gelijk: de inrichting werd bepaald door de beschikbare landbouwgrond. De routing was compact en kende beperkingen die samenhingen met het gebruik van het terrein.
Pas in latere decennia veranderde dit wezenlijk. Vanaf de jaren zeventig en vooral in de periode daarna werd de baan uitgebreid en heringericht. Daarbij werden opnieuw agrarische percelen ingezet, maar nu vanuit een planmatige benadering. De nadruk verschoof van gebruik naar inrichting, met meer aandacht voor samenhang en speelbaarheid.
Een vergelijkbare ontwikkeling, zij het binnen één locatie, is later zichtbaar bij Golfclub De Schoot, waar een in 1973 door de boer zelf aangelegde baan in latere fasen werd gestructureerd en verfijnd door onder meer Joan Dudok van Heel en Alan Rijks.
De Twentsche: ontwerp als nieuw begin
Bij de Twentsche Golfclub krijgt het ontwerp een meer centrale plaats. De verhuizing naar landgoed Twickel in 1997 markeert een duidelijk nieuw begin voor de club, na een lange periode op de baan bij Driene.
Op Twickel werd het landschap niet alleen gebruikt, maar doelgericht ingericht. Onder invloed van Tom McAuley ontstond een baan met een duidelijke ruimtelijke samenhang, waarin routing, variatie en speelstrategie integraal onderdeel zijn van het ontwerp. Daarbij werd voortgebouwd op het bestaande coulisselandschap van het landgoed, met zijn lanen, houtwallen en open velden.
Deze benadering sluit aan bij een bredere ontwikkeling in Nederland, waarin banen niet langer uitsluitend groeien vanuit het gebruik van de grond, maar vanaf het begin als ontwerp worden opgezet. Zo ontwikkelde bijvoorbeeld Anderstein (1986) zich in fasen van boerenland tot een baan met een gelaagd karakter, waarin verschillende ontwerpkeuzes zichtbaar zijn gebleven.
Kavel 2 (De Beemster): ontwerp binnen een historisch landschap
In de Beemster krijgt de relatie tussen landschap en ontwerp een bijzondere historische dimensie. De polder werd in 1612 drooggelegd en ingericht volgens een rationeel verkavelingspatroon dat tot op heden herkenbaar is.
De aanleg van een golfbaan in dit gebied betekende geen nieuwe ordening van het landschap, maar een toevoeging daaraan. De bestaande structuur van kavels en waterlopen vormde het uitgangspunt voor het ontwerp. De golfbaan, niet toevallig Kavel 2 genaamd, voegt zich in dit patroon en vormt een nieuwe laag binnen een historisch gegroeid geheel.
Het werken binnen een bestaande landschappelijke structuur is kenmerkend voor veel Nederlandse banen, waarbij ontwerp en landschap niet tegenover elkaar staan, maar elkaar versterken.
Olympus (De Hoge Dijk): het geconstrueerde landschap
Een volgende stap in deze ontwikkeling is zichtbaar bij Golfcentrum De Hoge Dijk (Golfclub Olympus) in Amsterdam. De baan ligt deels op opgehoogde grond, waarin stedelijk afval en infrastructuur zijn verwerkt.
Hier is het landschap niet alleen aangepast, maar in belangrijke mate geconstrueerd. Onder leiding van Gerard Jol werd een golfbaan gerealiseerd waarin hoogteverschillen, waterpartijen en routing integraal zijn ontworpen. Tegelijkertijd werd voortgebouwd op de bestaande structuur van het gebied: een langgerekte zone tussen infrastructuurlijnen en voormalige poldergronden.
In die zin verschilt deze baan van eerdere voorbeelden, waar het agrarische landschap het vertrekpunt vormde. Tegelijkertijd past zij in dezelfde bredere ontwikkeling, waarin grond — of die nu agrarisch is of reeds bewerkt — wordt ingezet voor een nieuwe recreatieve functie.
Ook bij banen als Hoenshuis, aangelegd op voormalige agrarische gronden in Zuid-Limburg en vormgegeven door Paul Rolin en later verder aangepast door Bruno Steensels, is zichtbaar hoe het bestaande landschap steeds nadrukkelijker als ontwerpbasis wordt gebruikt.
Ontwikkeling in perspectief
De vier jubilerende clubs maken samen een bredere ontwikkeling zichtbaar. In de beginfase werd gebruikgemaakt van bestaande weilanden, met minimale ingrepen. Vervolgens ontstonden banen waarin het landschap geleidelijk werd aangepast. In latere fases werd het ontwerp leidend en werd het landschap doelgericht ingericht. In recente voorbeelden is zelfs sprake van het construeren van nieuwe landschappen.
Banen als De Schoot (1973), Anderstein (1986) en Hoenshuis (1987) werden aangelegd op voormalige landbouwpercelen. In de polders volgden Zeewolde (1984) en Almeerderhout (1986). De aanleg van de nieuwe baan van de Twentsche Golfclub in 1997 en de ontwikkeling van De Hoge Dijk rond 1990 passen in deze bredere trend. In de eenentwintigste eeuw werd dit patroon voortgezet met banen als De Turfvaert (2010), The Dutch (2011) en De Swinkelsche (2013).
In al deze gevallen is geen sprake van een volledig nieuw begin, maar van een voortbouwen op bestaande grond en structuren — variërend van agrarisch weiland en polderverkaveling tot landgoederen en opgehoogde terreinen.
Golf op agrarische grond vormt daarmee geen uitzondering, maar een constante in de Nederlandse golfgeschiedenis. Wat verandert, is de manier waarop deze grond wordt gebruikt en ingericht. Golfbanen zijn daarmee niet alleen sportaccommodaties, maar ook onderdeel van een bredere ruimtelijke ontwikkeling, waarin agrarisch gebruik, recreatie en ontwerp met elkaar verweven raken.
Foto onder: Kasteel Enghuizen met op de voorgrond de koeien in het wei (1930).
Foto onder: Kasteel Twickel (ongeveer 1910). Op zo’n 5 km noordwestwaarts van het kasteel ligt tegenwoordig de golfbaan van de Twentsche.
Foto onder: luchtfoto in noordwestelijke richting van het terrein voor het toekomstige AMC en de toekomstige Bullewijk (1972). Golfbaan De Hoge Dijk werd in 1991 aangelegd in een langgerekte strook tussen twee parallel lopende infrastructuurlijnen, zichtbaar op de luchtfoto van noordwest (linksboven), lopend naar zuidoost (rechtsonder).
Foto onder: een kaart van de Beemster (1633). Rood omcirkeld de locatie waar golfbaan Kavel 2 tegenwoordig ligt.
Keer terug naar de pagina Onze historie - publicaties en artikelen.