Inhoud caddie

Dutch Turfgrass Research Foundation

DTRF Op initiatief van de NGF, Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek (BSNC), Nederlandse Vereniging van Golfaccommodaties (NVG), Nederlandse Greenkeepers Associatie (NGA) en Professor Coen Ritsema van de Wageningen Universiteit is in 2013 de Dutch Turfgrass Research Foundation opgericht.
Deze stichting richt zich specifiek op onderzoek en educatie in de relatie bodem, water en grassen op sportvelden en golfbanen. Met de benoeming van Professor Dr. Bernd R. Leinauer tot Buitengewoon Hoogleraar Turfgrass Ecology in Wageningen is een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling naar duurzaam beheer van sportvelden.

Ga voor meer informatie naar de website van DTRF.

Pas je interesse aan op het NGF Informatieplein > interesse Golfmarkt'

Veelgestelde vragen

Economische Zaken, de sportsector en leveranciers over het uitfaseren van pesticidegebruik. Per 31 maart 2016 geldt er een verbod op het gebruik van pesticide op verhardingen -en per 1 november 2017 op overige oppervlakten buiten de landbouw. Voor sportvelden is vastgesteld dat het (nog) niet mogelijk is om deze pesticide-vrij te beheren met behoud van minimale speelkwaliteit. Middels de Green Deal Sportvelden neemt de sportsector zelf de verantwoordelijkheid om het pesticidegebruik af te bouwen. Dit maakt het mogelijk dat uitzonderingen op het verbod, mits aantoonbaar, gemaakt kunnen worden.

Alle gewasbeschermingsmiddelen (bestrijdingsmiddelen) en biociden vallen onder de noemer pesticiden. Ze worden in Nederland toegelaten door het College toelating gewasbeschermingsmiddelen, het CTGB. Voorbeelden van pesticiden zijn: • herbiciden (tegen ongewenste kruiden); • fungiciden (tegen schimmelziekten); • insecticiden (tegen ongewenste insecten); • rodenticiden (om ratten en muizen te doden); • algiciden (om groene aanslag te verwijderen) etc. In de dagelijkse omgang worden bestrijdingsmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen vaak pesticiden genoemd. Voor het CTGB is er in de definitie geen verschil in de benaming en vallen ze allemaal onder dezelfde noemer.

Binnen de sportsector iedereen die met het onderhoud van sportvelden te maken heeft. Dit zijn voor de golfsector onder andere de golfclubs en –banen, hun besturen/directies, de baanmanagers/-commissies en de greenkeeping (in eigen beheer dan wel uitbesteed aan een aannemer). Daarbij faciliteren de NGF, NVG en NGA al deze partijen met informatie, voorlichting, tools en succesvolle voorbeelden. Met andere woorden: iedere golfbaan die actief aan de slag gaat met de Green Deal draagt bij aan de kans op een succesvolle Green Deal voor golf.

Als we niets doen en niet meewerken, krijgen we als sportsector binnen niet al te lange tijd te maken met wetgeving en een totaalverbod. Door de verantwoordelijkheid van de Green Deal Sportvelden te nemen, krijgen we als sportsector de kans om mee te denken in de uitwerking van de nieuwe wetgeving rondom pesticidegebruik. De Green Deal Sportvelden wordt in de toelichting op de wetswijziging genoemd als enige mogelijkheid voor een uitzondering op het totaalverbod. Deze stap van de overheid is nodig omdat een direct verbod, zonder de tussenstap die met de Green Deal gemaakt wordt, juridisch niet haalbaar geacht wordt.

Nee, de Green Deal Sportvelden is niet verplicht, maar ook niet vrijblijvend. Het betreft een vrijwillige afspraak tussen de golfsector en de overheid die niet afdwingbaar is. De afspraken zijn echter niet vrijblijvend. Het niet nakomen van deze afspraken zal niet zonder gevolgen blijven. Als de golfsector de komende jaren geen werk maakt van het verminderen van het pesticiden gebruik én van onderbouwing op uitzonderingen, bestaat de mogelijkheid dat de overheid overgaat tot een totaalverbod zonder uitzonderingen. Golfbaanbeheerders die aantoonbaar deelnemen, dragen bij aan de oplossing en uitzonderingen voor de golfsector. Golfbaanbeheerders die niet deelnemen, verminderen de kans van slagen van de Green Deal Sportvelden.

Speelkwaliteit van de speeloppervlakten in golf is (inter)nationaal niet gereguleerd. Er bestaat dus geen officiële sporttechnische normering/classificering. Dit maakt elke indeling van golfbanen naar ‘kwaliteit’ dus subjectief* en daarmee juridisch niet relevant. Een van de actiepunten voor de nationale organisaties is de ontwikkeling van een objectief toetsingskader. In het kader van duurzaam beheer wordt met ‘kwaliteit’ bedoeld de gemiddelde kwaliteit van de speeloppervlakten gedurende het gehele jaar. Het gaat bij structurele speelkwaliteit om meer dan alleen de eindkwaliteit op enig moment. Het gaat hierbij om het structureel evenwicht tussen ambitie en mogelijkheden. *Dit houdt niet in dat aspecten van het speeloppervlak niet objectief gemeten zouden kunnen worden, dat kan namelijk wel (voorbeelden: Holing Out Test, de Clegg Hammer en de Stimpmeter).

In de tweede nota duurzame gewasbescherming periode 2013 tot 2023 Gezonde Groei, Duurzame Oogst zet de overheid haar beleidsmaatregelen uiteen ten aanzien van pesticidegebruik in de agrarische en niet agrarische sector. Voor beide sectoren wordt nadere regelgeving aangekondigd die moet leiden tot (verdere) afname van het gebruik. Nederland stelt sinds 2000 algemene regels die gericht zijn op een duurzame gewasbescherming in de akkerbouw en vollegrond-tuinbouw (open teelten) en de ‘glastuinbouw’ (bedekte teelt; sinds 1994). Mede op basis van deze regelgeving is het gebruik in de agrarische sector al goed in kaart gebracht en gereduceerd. Voor niet-agrarische gebruik is dit veelal nog niet het geval. Een van de actiepunten in de Green Deal Sportvelden is dat dit gebruik voor sportveldbeheer en golfbaanbeheer in kaart gebracht wordt. Mede daarom is het noodzakelijk dat alle golfbaanbeheerders deelnemen aan de jaarlijkse monitoring.

2e nota duurzame gewasbescherming

Gewasbeschermingsmiddelen zijn in meer of mindere mate giftig. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan dus ook negatieve gevolgen hebben voor mens en milieu. Met elk gebruik zijn risico’s gemoeid. Ten aanzien van de hoeveelheden alsmede de wijze waarop in de golfsector pesticiden toegepast worden, bestaat geen onderbouwd beeld. Binnen de Green Deal Sportvelden kan de komende jaren van de praktijk in golfbaanbeheer een objectief beeld gevormd worden. Een principiële tegenstelling in de discussie over gewasbescherming is te vinden in de standpunten van enerzijds de organisaties die de natuur- en milieubelangen behartigen en uitgaan van het zogeheten ‘voorzorgsprincipe’ en anderzijds het college toelating gewasbeschermingsmiddelen, de organisatie die verantwoordelijk is voor de regulering van middelen en die op basis van de huidige stand der wetenschap beslissingen neemt. Stand der wetenschap Bijv. college toelating gewasbeschermingsmiddelen. De toegestane gewasbeschermingsmiddelen, indien en voor zover toegepast volgens de voorgeschreven methode en binnen de gestelde voorwaarden, leveren geen gevaar op voor mens en/of milieu. Deze beoordeling vindt plaats op basis van de actuele stand van de wetenschap. Het voorzorgsprincipe Bijv. NMF, VEWIN Een moreel en politiek principe dat stelt dat als een ingreep of een beleidsmaatregel ernstige of onomkeerbare schade kan veroorzaken aan de samenleving of het milieu, de bewijslast ligt bij de voorstanders van de ingreep of de maatregel als er geen wetenschappelijke consensus bestaat over de toekomstige schade. Het voorzorgsprincipe is vooral van toepassing daar waar het gaat om complexe systemen waar ingrepen resulteren in onvoorspelbare effecten (zoals gezondheidszorg en het milieu). Met het voortschrijden van de stand der wetenschap kan immers duidelijk worden dat eerder veilig geacht menselijk ingrijpen toch schadelijk is. Zo neemt bijvoorbeeld de laatste jaren de bewijsvoering toe m.b.t. schadelijkheid van de – in golfbaanbeheer gebruikte - middelen glyfosaat (RoundUp), ter bestrijding van onkruid, en Imidacloprid (Merit Turf), ter bestrijding van engerlingen en emelten.

Website RIVM

De huidige regelgeving stelt dat toegestane pesticiden mogen worden gebruikt. De overheid heeft ingezet op verscherping van het beleid voor gewasbeschermingsmiddelen en streeft naar een verbod op gebruik buiten de landbouw. De Green Deal biedt een aantal sectoren de mogelijkheid voor een tijdelijke uitzonderingspositie op dit verbod.

Dit is geheel afhankelijk van de cultuurtechnische uitgangssituatie per baan in verhouding tot de ambitie met betrekking tot speelkwaliteit, alsmede het niveau van kennis en kunde dat binnen de organisatie aanwezig is op strategisch, management- én uitvoerend niveau. Een uitgangspunt van duurzaamheid is lange-termijn-kosten-neutraliteit. Dat laat niet achterwege dat soms de kosten voor de baten uit gaan door middel van een investering of inhaalslag.

Volgens het Rapport Tauw "Inventarisatie niet-landbouwkundig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen" dat in opdracht van het Ministerie I&M eind 2013 is opgesteld, zijn pesticiden onder andere in het beheer van sportvelden en golfbanen vooralsnog nodig, omdat er nog geen alternatieven voor handen zijn in verband met sommige ziekten, plagen en onkruid die een risico vormen voor de speelkwaliteit en de veiligheid van de sportvelden.

Rapport Tauw "Inventarisatie niet-landbouwkundig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen"

Een ‘lobby’, waarin getracht wordt een uitzondering te krijgen c.q. te houden voor bijv. de golfbranche, heeft pas kans van slagen op basis van objectieve gegevens over het gebruik. Binnen de Green Deal worden deze gegevens verzameld. Feitelijk biedt de Green Deal dus de deelnemende partijen de gelegenheid om op basis van objectieve gegevens een bepaald standpunt (bijv. een specifieke uitzondering op het verbod) hard te maken.

Het is van belang dat binnen de organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer een brede discussie op gang gebracht wordt met alle betrokkenen over de haalbaarheid van de doelstellingen met betrekking tot de speelkwaliteit. Hulpmiddelen in de vorm van een Communicatietoolkit Groen & Groen 1.0 is in voorbereiding.

De nieuwe dienstverlening van de NGF is NGF Agronomie. Er zijn ook andere onafhankelijke agronomen die adviezen geven. Onafhankelijkheid is bij externe advisering een niet te onderschatten voorwaarde. Het onderling op elk niveau uitwisselen van kennis en ervaringen met collega’s is raadzaam en kan nieuwe inzichten geven. Verder zullen er regelmatig workshops en andere sessies georganiseerd worden door de NGA, de NVG en de NGF in samenwerking met de DTRF.

Indien u een vraag heeft of behoefte heeft aan meer informatie, neemt u contact op met NGF-agronoom Niels Dokkuma, via e-mail niels.dokkuma@ngf.nl of via 06 - 44166717.