Inhoud caddie

Aanvullende adviezen AED in verband met corona

In verband met de kans op besmetting met het coronavirus heeft de Hartstichting aanvullende adviezen uitgebracht voor hulpverlening met een AED.

De meeste marshals hebben een reanimatiecursus gevolgd en hebben als taak om in noodgevallen te reanimeren en de AED ter plaatse te brengen en te gebruiken. Nu er kans is op besmetting met het coronavirus heeft de Hartstichting aanvullende adviezen uitgebracht, die zijn gebaseerd op advies van de Nederlandse Renimatieraad. Elke marshal mag in feite zelf de afweging maken of hij/zij wel of niet zal reanimeren bij een noodgeval.

De marshal of andere hulpverlener moet zich nu al afvragen of hij/zij in een risicogroep valt waarvoor het wordt afgeraden om te reanimeren. Dat is globaal wanneer je 70 jaar of ouder bent, een hart- of vaatziekte hebt of lijdt aan diabetes. Als je twijfelt, raadpleeg dan je huisarts, zodat je voorbereid bent. Geef aan je organisatie door of je wel of niet beschikbaar bent om te reanimeren.

NB Burgerhulpverleners boven de 50 jaar worden nu niet opgeroepen, maar als je burgerhulpverlener bent mag je zelf bepalen of je wel of niet hulp wilt verlenen op jouw golfbaan. Als je ouder dan 50 bent en je bent gezond en in fysiek goede conditie, kun je prima reanimeren.

  • Laat de marshal of iemand anders die eerder ter plaatste is in ieder geval altijd eerst 112 bellen en daarna de procedure van de baan/club. Op deze manier wordt altijd juist gehandeld volgens de richtlijnen.

De Nederlandse Reanimatieraad geeft het onderstaande advies.

Advies aanpassingen basale reanimatie door omstanders en burgerhulpverleners

De besmettelijkheid van het coronavirus en de mogelijke gevolgen daarvan voor de hulpverleners maken dat de wijze waarop de reanimatie wordt uitgevoerd tijdelijk aangepast dient te worden. Voor de basale reanimatie betekent dit het volgende:

Aantal hulpverleners betrokken bij de reanimatiepoging

  • Beperk in alle gevallen het aantal hulpverleners dat zich met de daadwerkelijke reanimatie bezig houden tot het minimum. 
  • Maximaal twee hulpverleners bij het slachtoffer, anderen staan op meer dan 1,5 meter afstand. 

Aanpassing eerste benadering slachtoffer

  • Raak het hoofd van het slachtoffer NIET aan.
  • Voor het vaststellen van een normale ademhaling komen “luisteren” en “voelen” te vervallen. De hulpverlener dient de ademhaling alleen te beoordelen door te kijken. Controleer de ademhaling NIET door te luisteren en te voelen. De hulpverlener dient ook NIET de luchtweg te openen voor het beoordelen van de ademhaling.

Aanpassing basale reanimatie Slachtoffer ZONDER duidelijke of bewezen COVID-19 besmetting

  • Start met ononderbroken thoraxcompressies en gebruik de AED.
  • Geef GEEN mond-op-mond/masker beademing. 

Slachtoffer MET bewezen of veronderstelde 1 COVID-19 besmetting

  • Gebruik de AED, maar geef GEEN thoraxcompressies en
  • GEEN mond-opmond/masker beademing. 

Na de reanimatie 

  • Alle hulpverleners die direct bij de reanimatie zijn betrokken moeten hun handen en polsen desinfecteren. Dit kan bij de ambulance of eventuele andere aanwezige hulpverleningsvoertuigen.
  • Omstanders en burgerhulpverleners die in de dagen/weken na de reanimatie klachten krijgen die mogelijk duiden op COVID-19 dienen de adviezen van het RIVM te volgen en zo nodig contact op te nemen met de eigen huisarts.