Inhoud caddie

Regeloplossingen in natte tijden

Wat mogen golfers en clubs doen in een periode waarin een golfbaan door en door nat is?

Bal ingebed

De regels bieden soelaas als een bal is ingebed in de grond: in de fairway of in de rough. Als een bal in het algemene gebied is ingebed in zijn eigen pitchmark, dan kunnen spelers regel 16.3 (ingebedde bal) toepassen. Vroeger mocht een ingebedde bal in de rough niet gedropt worden tenzij een plaatselijke regel van de baan of wedstrijdcommissie zei dat het wel mocht. Vanaf 1 januari 2019 mag een ingebedde bal in de rough wel opgepakt, schoongemaakt en gedropt worden tenzij een plaatselijke regel dit verbiedt. De situatie is dus omgekeerd. 

Tijdelijk water

De golfregels staan ook toe dat een golfer zonder straf “tijdelijk water” ontwijkt. Tijdelijk water valt onder de "abnormale baanomstandigheden"; het is elke tijdelijke concentratie van water op de grond (zoals regen- of beregeningsplassen of plassen als gevolg van het overlopen van enige waterpartij). Het is niet voldoende als de grond alleen nat, modderig of zacht is of dat er alleen even water zichtbaar is als de speler op de grond stapt; er moet een concentratie van water zichtbaar blijven voor of nadat de stand is ingenomen. Regel 16 legt uit wanneer je tijdelijk water zonder straf mag ontwijken en hoe dat moet. 

Bunker gevuld met tijdelijk water

Het komt voor dat enkele bunkers in de baan (bijna) geheel gevuld zijn met tijdelijk water. Een club kan dan een tijdelijke plaatselijke regel (F16) instellen die toestaat dat deze bunkers grond in bewerking in het algemene gebied zijn. Als de bal van een speler in deze grond in bewerking ligt of deze raakt, of als de grond in bewerking een belemmering vormt voor de stand van de speler of de ruimte voor zijn voorgenomen swing, dan mag de speler deze belemmering zonder straf ontwijken volgens Regel 16.1b. Voordat een club deze tijdelijke plaatselijke regel instelt is het verstandig om eerst contact op te nemen met Robert Hage.

Bladeren in bunker

In de herfst treft een golfer niet alleen plassen aan in de bunkers maar ook bladeren en takken. De regels staan toe dat een speler een blaadje of takje verwijdert en het is verstandig om golfers hierop te wijzen. Vroeger mocht je voor een slag uit een bunker geen losse natuurlijke voorwerpen in een bunker oppakken en verwijderen. Per 1 januari 2019 mag dat wel. Voorbeelden van losse natuurlijke voorwerpen zijn: blaadjes, dennenappels, takken. Lees meer over deze regel op GOLF.NL

Tijdelijke plaatselijke regels "Plaatsen" of "Bal schoonmaken"

Tussen 1 november en 30 april mogen clubs zelf de plaatselijke regel E3 voor "plaatsen" invoeren. Plaatsen houdt in dat je de bal mag opnemen, schoonmaken en plaatsen. Aanbevolen wordt om de afstand waarbinnen geplaatst moet worden binnen 15 cm of een kaartlengte te houden. Met deze plaatselijke regel kan de baan langer qualifying blijven. Pas wanneer de omstandigheden zodanig worden dat zelfs met de plaatselijke regel E3 geen redelijke qualifying scores meer kunnen worden gemaakt, adviseren wij om de baan non-qualifying te verklaren. In bijzondere gevallen kan de plaatselijke regel voor plaatsen ook in de zomermaanden worden ingevoerd, maar daarvoor moet wel toestemming van de NGF gevraagd worden.

Wanneer de baan nat is en er vaak modder aan de bal blijft kleven, is het niet altijd nodig om de plaatselijke regel E3 voor plaatsen toe te passen. Je kunt bij deze natte baanomstandigheden de spelers al aardig tegemoetkomen met de plaatselijke regel E2: “Bal schoonmaken” (“lift, clean and place”). Spelers mogen de bal dan opnemen, schoonmaken en terugplaatsen (de bal moet op exact dezelfde plek teruggeplaatst worden). Als een bal in het algemene gebied is ingebed in zijn eigen pitchmark, dan kunnen spelers regel 16.3 (ingebedde bal) toepassen. En bij regenplassen kunnen spelers gebruik maken van regel 16.1 (tijdelijk water, zie verderop).

Voor meer informatie over plaatselijke regels en baanmarkeringen, klik hier.

Natte greens: extra aandacht voor de etiquette

In natte periodes en in de herfst en winter zijn de greens zachter en kwetsbaarder dan normaal. Dat leidt tot meer schade van ballen en schoenen en pitchmarks zijn vaak dieper.

Tegelijk is er in de herfst en winter veel minder herstel van schade, want in de herfst komt de groei van het gras langzaam tot stilstand en in de winter groeit het niet of nauwelijks. Het duurt vaak tot mei voordat schade hersteld is. Het is daarom in de herfst en winter extra belangrijk dat elke pitchmark meteen gerepareerd wordt en dat plaggen teruggeplaatst en aangestampt worden.

Het is goed om golfers erop te wijzen dat ze sinds de invoering van de nieuwe regels veel meer schade mogen repareren dan voorheen. Niet alleen pitchmarks (die hersteld moeten worden) maar bijvoorbeeld ook spikemarks of schade veroorzaakt door een club of vlag. Lees op GOLF.NL meer over schade op de green.

Bij Caddie > Etiquette vind je video's over zorg voor de baan.