Terug naar Nieuwsoverzicht

Verslag mini-symposium over golflandschappen en biodiversiteit

4 november 2019

“Over golflandschappen en biodiversiteit” was de titel van een mini-symposium voor clubs in Noordoost-Nederland. Het doel van het minisymposium: met duurzaam ecologisch beheer de natuurwaarde én het spelplezier op golfbanen vergroten.

De bijeenkomst werd gehouden op 31 oktober 2019, op de Drentsche Golf & Country Club, en georganiseerd door de NGF in samenwerking met Buro Bakker. Onderaan deze samenvatting van de bijeenkomst zijn de presentaties van de verschillende sprekers te vinden.

“Met duurzaam beheer kunnen golfbanen nog meer gaan bijdragen aan biodiversiteit in de regio”

Niels Dokkuma en Koert Donkers (NGF)
De bijeenkomst werd ingeleid door Niels Dokkuma en Koert Donkers van de NGF-afdeling Duurzaam beheer/Agronomie. “Deze bijeenkomst is bedoeld ter inspiratie, om te kijken wat er mogelijk is op de golfbaan, maar ook om clubs te motiveren om buiten de grenzen van het terrein te denken, een verbinding te vormen met het landschap rondom de golfbaan”, aldus agronoom Niels Dokkuma, als afdelingshoofd van Duurzaam beheer bij de NGF verantwoordelijk voor de duurzame ontwikkeling van het Nederlandse golfbaanbeheer. 

Golf is een buitensport waarbij een landschap geschikt gemaakt moet worden voor golf, legde Dokkuma uit. Daarbij zijn er twee extremen: “De mens dicteert versus het landschap faciliteert. In de beeldvorming is golf een sport op een super gemanicuurde, ‘picture-perfect’, donkergroene baan. Maar golf is een sport in het natuurlijke landschap en natuurbeleving bepaalt voor een groot deel het plezier van golfers. Naast beschermde natuurgebieden bezitten golfbanen een grote diversiteit aan planten en dieren. Met duurzaam beheer kunnen golfbanen nog meer gaan bijdragen aan biodiversiteit in de regio, maar ook aan spelplezier bij golfers.” 

Koert Donkers haakte hier op aan: “Biodiversiteit staat wereldwijd onder druk en golf is onderdeel van de oplossing. Grote delen van golfbanen zijn niet in spel en lenen zich voor natuurontwikkeling.” Donkers benadrukt de noodzaak om natuurontwikkeling en –bevordering gestructureerd aan te pakken – “maak meetbaar wat je doet” – en om realistische doelen te stellen. “Bepaal bij je doelstellingen wat voor jouw baan bereikbaar is. Een zeldzame bosboterbloem op jouw baan krijgen, dat is niet realistisch. En op een bosbaan is andere flora en fauna bereikbaar dan op een kleibaan of een zandbaan.”

“Denk buiten je (tee)box”

Donkers spoort banen aan “buiten de (tee)box” te denken. “Achter en rondom tees is vaak ruimte voor natuurontwikkeling, deze delen van de baan zijn niet in spel en wat is er mooier dan langs natuur lopen op weg naar de volgende hole?” Donkers vervolgde zijn presentatie met andere voorbeelden van beheer dat de biodiversiteit bevordert: het maaibeleid van natuurrough, het planten van besdragende struiken en het creëren van houtwallen, hagen en geleidelijke overgangen van lage begroeiing naar bos (mantel- en zoomvegetatie). “Je creëert hiermee schuilplaatsen en verplaatsplekken voor dieren. Een hogere biodiversiteit draagt ook bij aan oplossingen voor plagen zoals de eikenprocessierups en engerlingen en emelten. Met maatregelen waardoor je meer spreeuwen op de golfbaan krijgt, creëer je een thuis voor vogels die op engerlingen jagen zonder schade aan de grasmat aan te brengen.” 

Drentsche golfbaan

Dokkuma en Donkers wezen op het 9-stappenplan voor biodiversiteit dat deze herfst is gepubliceerd en op OnCourse Nederland, de portal op weg naar GEO-certificering die clubs en banen begeleidt bij duurzaam beheer en onder meer natuurontwikkeling. “Wie voldoet aan de natuurwetgeving is al heel goed bezig. Compliance – het voldoen aan wetgeving - is al sinds 2012 onderdeel van GEO en is volledig in OnCourse Nederland geïmplementeerd.” 

Dokkuma en Donkers benadrukten dat clubs veel baat hebben bij het opzoeken van samenwerking met partnerorganisaties die zich inzetten voor een hogere biodiversiteit. Donkers wees ook op de video’s over biodiversiteit en duurzaam beheer die de NGF heeft geplaatst op ngf.nl/toolkit. “Bij de communicatie over biodiversiteit en duurzaam beheer kunnen clubs deze video’s delen met hun golfers.”

Mark Ronda, beleidsadviseur Provincie Drenthe
Mark Ronda, adviseur van de provincie op het gebied van natuurontwikkeling en biodiversiteit, sprak over de meerwaarde die golfbanen kunnen leveren aan de natuurkwaliteiten in een regio. “Biodiversiteit en duurzaam beheer leeft al heel erg bij golfbanen en dat zie je nog maar in heel weinig sectoren”, aldus Ronda.

“Golfbanen zijn een voorbeeld voor hoe gemeenten met hun parken zouden kunnen omgaan”

De beleidsadviseur legde in zijn presentatie uit met welke nationale en regionale instanties Drenthe te maken heeft en wat de provincie doet om de biodiversiteit te verhogen. “Allereerst hebben we te maken met Natura2000, het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden dat nu veel in het nieuws is in verband met de stikstofdiscussie. In Drenthe liggen prachtige Natura2000-natuurgebieden. Verder zijn we als provincie ook verantwoordelijk voor Natuurnetwerk Nederland, wat vroeger de Ecologische Hoofdstructuur heette.” Natuurnetwerk Nederland omvat een iets groter gebied dan Natura2000; het verbindt natuurgebieden met elkaar en met omringend agrarisch gebied. Ronda: “We proberen de bestaande natuurgebieden robuuster te maken maar proberen ook verbindingszones te creëren.” Een andere instantie is Natuurnetwerk Drenthe. Ronda: “Denk hierbij bijvoorbeeld aan ecologisch beheer van gemeentelijke gebieden, zoals bermen en stedelijk groen, maar ook aan agrarische gebieden en terrein dat het waterschap beheert. Zeker in stedelijk groen valt nog veel natuurwinst te halen. Golfbanen zijn een voorbeeld van hoe gemeenten met hun parken zouden kunnen omgaan.”

“Vrijwilligers van natuurorganisaties zijn vaak bereid om advies te geven en te helpen bij inventarisaties”

Ronda buigt zich als beleidsadviseur ook over een flora- en faunabeleidsplannen dat diverse onderwerpen raakt, biodiversiteit maar ook de komst van de wolf in de provincie en overlast door de eikenprocessierups en ganzen. Ronda wees ook op het Deltaplan Biodiversiteitsherstel dat gericht is op herstel van natuurwaarden in natuurgebieden, landbouwgebieden en openbare ruimte. Drentse landbouw- en natuurorganisaties hebben naar aanleiding hiervan het actieplan Agenda Boer, Burger en Biodiversiteit opgesteld. 

Drentsche golfbaan

De beleidsadviseur van de Provincie Drenthe besprak een aantal praktische maatregelen die de biodiversiteit bevorderen, zoals het weghalen van maaisel en gefaseerd maaien van ruigere gebieden. Hij wees op het nut en belang van samenwerking met verschillende instanties, bijvoorbeeld ook de twintig provinciale organisaties Landschapsbeheer die er in Nederland zijn. De NGF organiseerde in juni 2017 een biodiversiteitsdag in samenwerking met Landschapsbeheer Drenthe. Ronda wees erop dat Landschapsbeheer Drenthe in hetzelfde jaar het rapport “Versterking van de natuur op de golfbanen in Drenthe” heeft gepubliceerd.  

De beleidsadviseur noemde in zijn presentatie voorbeelden van subsidieregelingen die per provincie en per instantie verschillen en die soms ook van toepassing zijn op golfbanen. In een discussie over dit onderwerp benadrukten meerdere deelnemers het belang van intrinsieke motivatie bij de golfclub om het golfterrein duurzaam te beheren en de biodiversiteit te verhogen, want pas dan komt het echt van de grond.

Ronda beantwoordde ook een vraag van een deelnemer: waar haal je de kennis vandaan die nodig is om realistische doelen op het gebied van biodiversiteit te stellen? Ronda: “Er bestaan cursussen op dit gebied maar het is vooral verstandig om advies in te winnen bij instanties die zich met biodiversiteit bezighouden en om deskundigen uit te nodigen. Ook vrijwilligers van natuurorganisaties zijn vaak bereid om advies te geven en te helpen bij inventarisaties.” Een vertegenwoordiger van een club noemde als voorbeeld een samenwerking met Milieufederatie waarbij een stagiair de vereniging had geholpen bij het maken van een rapport.

Janneke Vedder (Buro Bakker)
Ecoloog Janneke Vedder van Buro Bakker, adviesbureau voor ecologie, benadrukte dat golfbanen bij het bevorderen van biodiversiteit goed moeten kijken naar de relatie van het terrein met de omgeving. Volgens Vedder beginnen biodiversiteitsplannen met een goede nulmeting en goed vooronderzoek naar de omgeving en grondsoort.

“Versterk de huidige natuurkwaliteiten en probeer vervolgens een meerwaarde te zijn voor de ecologische kwaliteit van de omgeving”

“Golfbanen hebben ruimte voor sport en biodiversiteit. Het is zaak om de habitat goed te bestuderen: wat komt op de golfbaan voor en wat kan er voorkomen? Wat in de directe omgeving voorkomt, gedijt vaak ook goed op de golfbaan. Als je weet wat in jouw omgeving voorkomt kun je realistische doelen stellen. Kijk ook hoe je baan bijvoorbeeld ten opzichte van Natura2000 ligt. Dit kun je zien op de website golfbaandataviewer.nl, een onderdeel van de portal OnCourse Nederland. Op ndff.nl, een nationale database voor flora en fauna, zie je welke soorten voorkomen in jouw omgeving. Bestudeer ook het landschapstype van je golfbaan. Zand, klei, veen – het bodemtype zegt al heel veel over wat er mogelijk is. En zoals vandaag al eerder gezegd is, wees realistisch bij het maken van je plannen. Versterk de huidige natuurkwaliteiten en probeer vervolgens een meerwaarde te zijn voor de ecologische kwaliteit van de omgeving.”

Vedder beseft dat de inrichting en het beheer van een golfterrein altijd maatwerk is – de hoofdfunctie van het terrein is immers een golfbaan - maar er zijn veel maatregelen die goed zijn voor de sport en voor biodiversiteit. “Bijvoorbeeld het verschralen van de gebieden naast de fairways, wat je onder meer bereikt door het maaisel af te voeren. Het leidt tot een grotere soortenrijkdom en golfers kunnen de bal makkelijker vinden.”

Pierre de Wit (Wageningen UR)
Emeritus professor Pierre de Wit was de laatste gastspreker op het mini-symposium. De planteziektekundige is als baancommissielid betrokken bij ecologisch beheer op Golfclub Heelsum. De Wit hield een voordracht over schimmels in het algemeen en over zijn favoriete schimmels in het bijzonder: paddenstoelen. Schimmels hebben heel veel nuttige eigenschappen, legde De Wit uit. Ze spelen onder meer een belangrijke rol bij de afbraak van organisch afval. Ze zijn ook belangrijk voor de mens: er worden onder meer medicijnen van gemaakt (de schimmel penicillium is producent van penicilline). Maar schimmels zijn ook ziekteverwekkers en paddenstoelen zijn of heel gezond of uiterst giftig. “Je kunt alle paddenstoelen eten maar sommige maar één keer”, zoals De Wit zegt.

“Schimmels zijn ook veroorzakers van plantenziekten en in die zin zijn ze een bedreiging voor golfbanen”, aldus De Wit. “Schimmels veroorzaken ongeveer 20 procent van de schade op een golfbaan. Na de Tweede Wereldoorlog zijn we ze gaan bestrijden met chemische middelen – fungiciden - maar daar stappen we nu vanaf vanwege de negatieve effecten. De opties die overblijven zijn biologische bestrijding en genetische modificatie. Het gebruik van resistente rassen is duurzamer dan het gebruik van fungiciden. Grassen zijn wel veredeld en steeds resistenter voor ziektes maar ze zijn nog steeds vatbaar voor schimmels die moeilijk te bestrijden zijn, zoals dollarspot.”

Vooral omgevingsfactoren bepalen vaak of een schimmel uitbreekt, zo legde De Wit uit. “Warme temperaturen en vocht: die omgevingsfactoren hebben in de afgelopen periode gezorgd voor schimmeluitbraken op golfbanen. Die uitbraken kun je maar voor een deel voorkomen. De greens moeten ’s ochtends gesweept worden, de dauw moet er af. En in het geval van dollarspot helpt het om extra stikstof te geven, maar bij sneeuwschimmel wil je juist niet te veel kunstmest geven. Sommige maatregelen botsen met elkaar.”

“Trueness - dat de bal betrouwbaar rolt - is veel belangrijker dan snelheid”

Bij het voorkomen van schimmeluitbraken speelt de maaihoogte op de greens zoals bekend een grote rol. De Wit pleit er voor dat golfbanen niet naar een hoge stimp maar naar trueness streven. “Hoe korter het gras gemaaid wordt, hoe makkelijker de schimmel het hart van de grasplant bereikt en dan is het echt mis. Trueness – dat de bal betrouwbaar rolt - is veel belangrijker dan snelheid. Met dollarspot heb je geen betrouwbare rol meer.”

De Wit besloot zijn presentatie met enkele opmerkingen over paddenstoelen (“Mijn nieuwe hobby!”) Veel golfbanen inventariseren paddenstoelensoorten en De Wit juicht dat toe: “Omdat we zo laten zien hoe divers de natuur op golfbanen is.” Op zijn eigen golfbaan (de Heelsumse) worden ook tellingen gedaan. Het is een relatief nieuwe baan (2002) maar het aantal soorten neemt er snel toe: “Binnen drie jaar na de opening was het aantal soorten al gestegen van 15 naar 60.” De Wit houdt een database bij van paddenstoelensoorten op ruim 15 golfbanen in het hele land. Hij komt graag in contact met alle golfclubs die paddenstoelensoorten inventariseren en lijsten bijhouden (stuur een mail).

De emeritus professor besloot zijn presentatie met een filmtip: Fantastic Fungi. Deze documentaire (in het verleden op Netflix te zien) brengt de magische, mysterieuze en medicinale wereld van paddenstoelen in beeld.

“Dit is een snelweg voor de eikenprocessierups”

Het mini-symposium werd afgesloten met een rondleiding door de baan van de Drentsche G&CC onder leiding van ecoloog Douwe Schut van Buro Bakker. Hij leidde de groep langs een aantal plaatsen die een hogere biodiversiteit bevorderen, bijvoorbeeld een vijver met schuine oevers, een poel die geregeld droogvalt en een bosje met een goede mantel-zoom vegetatie. Schut, projectleider ecologie bij Buro Bakker, sprak op een van de eikenlaantjes op het terrein ook over de eikenprocessierups. “Dit is een snelweg voor de eikenprocessierups”, aldus Schut. Een hogere biodiversiteit biedt een antwoord op de plaag. “Het is verstandig om andere bomensoorten tussen de eiken te plaatsen en om heel dicht in de buurt verschillende habitats te creëren. De natuurlijke vijanden moeten dichtbij kunnen komen.”

Drentsche golfbaan

Natuur en golfbanen

Biodiversiteit op golfbanen in Nederland

Paddenstoelen en andere schimmels op golfbanen