Terug naar Duurzaam beheer

Van Green Deal naar volledig pesticidevrij beheer

Met ingang van het jaar 2017 mogen geen gewasbeschermingsmiddelen meer gebruikt worden op sportvelden, maar tot 2020 wordt de sportveldensector onder voorwaarden uitgezonderd worden van het gebruiksverbod. In 2020 en 2021 is er alleen nog een uitzonderingsregeling voor specifieke gevallen.

Transitie

Golfbaanbeheer maakt een noodzakelijke transitie door. Van beheer met weinig pesticiden naar geheel pesticidevrij beheer, met behoud van de voor de golfsport zo essentiële speelkwaliteit. Want ook deze speelkwaliteit is een legitieme ambitie voor de golfsport.  

Wat betekent dit voor de kwaliteit van de Nederlandse banen? Die wordt niet minder, maar wel anders, als gevolg van steeds minder pesticiden en veelal ook minder beregenen en bemesten. Golfbanen zullen daardoor veel meer een fast and firm karakter krijgen zoals het in de Angelsaksische landen treffend wordt genoemd. De baan is droger en gevlekter, kleurt met de seizoenen mee en is minder gemanicuurd. Een stap terug naar de natuur, die voor golf meer leidend gaat worden. Geen mindere maar een andere kwaliteit dus.

2017 tot en met 2019

Het gebruik van chemische gewasbescherming was in ons land al beperkt en is vanaf november 2017 verboden buiten de land- en tuinbouw. De overheid gaf de sportveldensector wel een korte-termijn escape onder de naam Green Deal Sportvelden. Die houdt in dat "grassporten" tot 2020 onder voorwaarden uitgezonderd worden van het gebruiksverbod. De sector heeft tot 2020 de tijd gekregen om aan te tonen dat er alles aan gedaan wordt om het gebruik van pesticiden (ook wel genaamd gewasbeschermingsmiddelen of bestrijdingsmiddelen, bijvoorbeeld fungicide, herbicide, insecticide en groeiregulatoren) zoveel mogelijk te beperken en de ambitie van nulgebruik te halen. 

2019-2021: Nee, tenzij

Sportbonden, gemeenten, de aannemersbranche in sportvelden en de Golfalliantie (NGF, NGA en NVG) hebben begin 2019, in onderling overleg met de Ministeries van I&W en VWS, vastgesteld dat pesticidevrij beheer nog niet technisch haalbaar is voor álle sportvelden en golfbanen, maar dat dit wel zo spoedig mogelijk gerealiseerd moet worden. Om dit mogelijk te maken werd met de ministeries afgesproken om onder strikte voorwaarden en met toepassing van Integrated Pest Management (IPM) de deadline voor nulgebruik van pesticiden te verlengen tot 1 januari 2025. 

Maar staatsecretaris Stientje van Veldhoven maakte in juni 2019 bekend dat het kabinet vasthoudt aan de afspraken die eerder in het kader van de Green Deal Sportvelden zijn gemaakt. In de Green Deal zijn de volgende doelstellingen geformuleerd:

  • Met ingang van het jaar 2020 mogen geen gewasbeschermingsmiddelen meer gebruikt worden op sportvelden, behalve in die situaties waarin dat strikt noodzakelijk is.
  • In die resterende situaties worden alleen laag-risico gewasbeschermingsmiddelen ingezet zodra die voor de betreffende toepassing beschikbaar en voldoende effectief zijn.

De staatssecretaris wil dat het gebruiksverbod het uitgangspunt blijft, maar het kabinet maakt wel nog een tijdelijke uitzondering, tot 2022, voor specifieke situaties. Staatssecretaris Van Veldhoven spreekt in dit verband van een regeling waarbij "nee, tenzij" het uitgangspunt is. Sportverenigingen moeten in deze periode goed kunnen onderbouwen waarom het nog niet lukt om het sportterrein zonder bestrijdingsmiddelen te onderhouden en wat er gedaan is om dat wel voor elkaar te krijgen. De staatssecretaris zal de overgangsregeling in september 2019 toelichten met voorbeelden van “nee, tenzij” situaties. Deze worden binnenkort via de Green Deal-overleggen aangedragen, voor golf door de Golfalliantie. 

Terug naar nul

De politieke boodschap is duidelijk: het gebruik van pesticiden op sportvelden moet zo snel mogelijk teruggedrongen worden tot nul. Aan de andere kant heeft de overheid geld vrijgemaakt voor innovatiesubsidies en is er een “nee, tenzij” overgangsperiode van twee jaar, want de staatssecretaris begrijpt dat pesticidevrij beheer nog niet overal mogelijk is.

De innovatiesubsidies hebben betrekking op twee thema’s:
a. Hoogwaardig recyclebare kunststof sportvelden; €1.750.000 beschikbaar voor alleen al het jaar 2019. 
b. Preventie van onkruiden en andere problemen op sportvelden; €1.050.000 beschikbaar voor alleen al het jaar 2019. 
Doel is de ontwikkeling van nieuwe niet-chemische maatregelen en laag-risico pesticiden en biociden.

De grote inspanningen van pro-actieve en vooroplopende golfbaanbeheerders om de ambitie van de Green Deal te halen, hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de nieuwe afspraken. De afspraken zullen worden ondergebracht in het Nationaal Sportakkoord, dat onder meer de verduurzaming van sportaccommodaties tot doel heeft. Lees meer in een nieuwsartikel van 14 juni 2019

De routekaart ná de Green Deal: IPM en ITM

Van IPM naar ITM: zo kan de routekaart ná de Green Deal samengevat worden. 

  • IPM = Integrated Pest Management. Kort gezegd: zo weinig mogelijk pesticidengebruik en verantwoord gebruik ervan. IPM is een planmatige aanpak om schade door ziekten, plagen en onkruiden onder een bepaald niveau te houden door middel van een integrale aanpak met zo gering mogelijke schade voor mens, dier, natuur en milieu. Het doel van IPM is vermindering van en verantwoord pesticidengebruik. Maar selectief en zeer terughoudend gebruik van chemische pesticiden past, als allerlaatste redmiddel, binnen de principes van IPM.
  • ITM = Integrated Turf Management. Kort gezegd: grasbeheer zonder pesticiden, voorkomen in plaats van bestrijden. ITM is beheer waarin alle aspecten (gebruik, groeiplaats, beheer en onderhoud van de grasmat) optimaal op elkaar worden afgestemd. Geïntegreerd grasbeheer zorgt voor weerbarstiger gras waardoor de ziekte- en plaagdruk onder drempelwaarden blijft. 

Ondersteuning

De Nederlandse Greenkeepers Associatie (NGA), de Nederlandse Vereniging van Golfaccommodaties (NVG) en de Koninklijke Nederlandse Golf Federatie (NGF), die gezamenlijk de Golfalliantie vormen, hebben de handen ineen geslagen om de sector te ondersteunen bij de noodzakelijke transitie naar pesticidevrijbeheer. Een belangrijk document in dit kader blijft de probleemanalyse Green Deal Sportvelden die in 2016 is vastgesteld. Als deze probleemanalyse de uitdaging van de Green Deal verwoordt, dan biedt de innovatieagenda het begin van de oplossing. De agenda geeft inzicht in de gewenste innovatie zodat er zo snel mogelijk definitief kan worden afgezien van het gebruik van pesticiden. De innovatieagenda benadert die vraag holistisch. De inhoud is dus niet beperkt tot het technische vraagstuk. Beide documenten zijn hieronder te lezen.

Veelgestelde vragen

Economische Zaken, de sportsector en leveranciers over het uitfaseren van pesticidegebruik. Per 31 maart 2016 geldt er een verbod op het gebruik van pesticide op verhardingen -en per 1 november 2017 op overige oppervlakten buiten de landbouw. Voor sportvelden is vastgesteld dat het (nog) niet mogelijk is om deze pesticide-vrij te beheren met behoud van minimale speelkwaliteit. Middels de Green Deal Sportvelden neemt de sportsector zelf de verantwoordelijkheid om het pesticidegebruik af te bouwen. Dit maakt het mogelijk dat uitzonderingen op het verbod, mits aantoonbaar, gemaakt kunnen worden.

Alle gewasbeschermingsmiddelen (bestrijdingsmiddelen) en biociden vallen onder de noemer pesticiden. Ze worden in Nederland toegelaten door het College toelating gewasbeschermingsmiddelen, het CTGB. Voorbeelden van pesticiden zijn: • herbiciden (tegen ongewenste kruiden); • fungiciden (tegen schimmelziekten); • insecticiden (tegen ongewenste insecten); • rodenticiden (om ratten en muizen te doden); • algiciden (om groene aanslag te verwijderen) etc. In de dagelijkse omgang worden bestrijdingsmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen vaak pesticiden genoemd. Voor het CTGB is er in de definitie geen verschil in de benaming en vallen ze allemaal onder dezelfde noemer.

Binnen de sportsector iedereen die met het onderhoud van sportvelden te maken heeft. Dit zijn voor de golfsector onder andere de golfclubs en –banen, hun besturen/directies, de baanmanagers/-commissies en de greenkeeping (in eigen beheer dan wel uitbesteed aan een aannemer). Daarbij faciliteren de NGF, NVG en NGA al deze partijen met informatie, voorlichting, tools en succesvolle voorbeelden. Met andere woorden: iedere golfbaan die actief aan de slag gaat met de Green Deal draagt bij aan de kans op een succesvolle Green Deal voor golf.

Als we niets doen en niet meewerken, krijgen we als sportsector binnen niet al te lange tijd te maken met wetgeving en een totaalverbod. Door de verantwoordelijkheid van de Green Deal Sportvelden te nemen, krijgen we als sportsector de kans om mee te denken in de uitwerking van de nieuwe wetgeving rondom pesticidegebruik. De Green Deal Sportvelden wordt in de toelichting op de wetswijziging genoemd als enige mogelijkheid voor een uitzondering op het totaalverbod. Deze stap van de overheid is nodig omdat een direct verbod, zonder de tussenstap die met de Green Deal gemaakt wordt, juridisch niet haalbaar geacht wordt.

Nee, de Green Deal Sportvelden is niet verplicht, maar ook niet vrijblijvend. Het betreft een vrijwillige afspraak tussen de golfsector en de overheid die niet afdwingbaar is. De afspraken zijn echter niet vrijblijvend. Het niet nakomen van deze afspraken zal niet zonder gevolgen blijven. Als de golfsector de komende jaren geen werk maakt van het verminderen van het pesticiden gebruik én van onderbouwing op uitzonderingen, bestaat de mogelijkheid dat de overheid overgaat tot een totaalverbod zonder uitzonderingen. Golfbaanbeheerders die aantoonbaar deelnemen, dragen bij aan de oplossing en uitzonderingen voor de golfsector. Golfbaanbeheerders die niet deelnemen, verminderen de kans van slagen van de Green Deal Sportvelden.

Speelkwaliteit van de speeloppervlakten in golf is (inter)nationaal niet gereguleerd. Er bestaat dus geen officiële sporttechnische normering/classificering. Dit maakt elke indeling van golfbanen naar ‘kwaliteit’ dus subjectief* en daarmee juridisch niet relevant. Een van de actiepunten voor de nationale organisaties is de ontwikkeling van een objectief toetsingskader. In het kader van duurzaam beheer wordt met ‘kwaliteit’ bedoeld de gemiddelde kwaliteit van de speeloppervlakten gedurende het gehele jaar. Het gaat bij structurele speelkwaliteit om meer dan alleen de eindkwaliteit op enig moment. Het gaat hierbij om het structureel evenwicht tussen ambitie en mogelijkheden. *Dit houdt niet in dat aspecten van het speeloppervlak niet objectief gemeten zouden kunnen worden, dat kan namelijk wel (voorbeelden: Holing Out Test, de Clegg Hammer en de Stimpmeter).

In de tweede nota duurzame gewasbescherming periode 2013 tot 2023 Gezonde Groei, Duurzame Oogst zet de overheid haar beleidsmaatregelen uiteen ten aanzien van pesticidegebruik in de agrarische en niet agrarische sector. Voor beide sectoren wordt nadere regelgeving aangekondigd die moet leiden tot (verdere) afname van het gebruik. Nederland stelt sinds 2000 algemene regels die gericht zijn op een duurzame gewasbescherming in de akkerbouw en vollegrond-tuinbouw (open teelten) en de ‘glastuinbouw’ (bedekte teelt; sinds 1994). Mede op basis van deze regelgeving is het gebruik in de agrarische sector al goed in kaart gebracht en gereduceerd. Voor niet-agrarische gebruik is dit veelal nog niet het geval. Een van de actiepunten in de Green Deal Sportvelden is dat dit gebruik voor sportveldbeheer en golfbaanbeheer in kaart gebracht wordt. Mede daarom is het noodzakelijk dat alle golfbaanbeheerders deelnemen aan de jaarlijkse monitoring.

2e nota duurzame gewasbescherming

Gewasbeschermingsmiddelen zijn in meer of mindere mate giftig. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan dus ook negatieve gevolgen hebben voor mens en milieu. Met elk gebruik zijn risico’s gemoeid. Ten aanzien van de hoeveelheden alsmede de wijze waarop in de golfsector pesticiden toegepast worden, bestaat geen onderbouwd beeld. Binnen de Green Deal Sportvelden kan de komende jaren van de praktijk in golfbaanbeheer een objectief beeld gevormd worden. Een principiële tegenstelling in de discussie over gewasbescherming is te vinden in de standpunten van enerzijds de organisaties die de natuur- en milieubelangen behartigen en uitgaan van het zogeheten ‘voorzorgsprincipe’ en anderzijds het college toelating gewasbeschermingsmiddelen, de organisatie die verantwoordelijk is voor de regulering van middelen en die op basis van de huidige stand der wetenschap beslissingen neemt. Stand der wetenschap Bijv. college toelating gewasbeschermingsmiddelen. De toegestane gewasbeschermingsmiddelen, indien en voor zover toegepast volgens de voorgeschreven methode en binnen de gestelde voorwaarden, leveren geen gevaar op voor mens en/of milieu. Deze beoordeling vindt plaats op basis van de actuele stand van de wetenschap. Het voorzorgsprincipe Bijv. NMF, VEWIN Een moreel en politiek principe dat stelt dat als een ingreep of een beleidsmaatregel ernstige of onomkeerbare schade kan veroorzaken aan de samenleving of het milieu, de bewijslast ligt bij de voorstanders van de ingreep of de maatregel als er geen wetenschappelijke consensus bestaat over de toekomstige schade. Het voorzorgsprincipe is vooral van toepassing daar waar het gaat om complexe systemen waar ingrepen resulteren in onvoorspelbare effecten (zoals gezondheidszorg en het milieu). Met het voortschrijden van de stand der wetenschap kan immers duidelijk worden dat eerder veilig geacht menselijk ingrijpen toch schadelijk is. Zo neemt bijvoorbeeld de laatste jaren de bewijsvoering toe m.b.t. schadelijkheid van de – in golfbaanbeheer gebruikte - middelen glyfosaat (RoundUp), ter bestrijding van onkruid, en Imidacloprid (Merit Turf), ter bestrijding van engerlingen en emelten.

Website RIVM

De huidige regelgeving stelt dat toegestane pesticiden mogen worden gebruikt. De overheid heeft ingezet op verscherping van het beleid voor gewasbeschermingsmiddelen en streeft naar een verbod op gebruik buiten de landbouw. De Green Deal biedt een aantal sectoren de mogelijkheid voor een tijdelijke uitzonderingspositie op dit verbod.

Dit is geheel afhankelijk van de cultuurtechnische uitgangssituatie per baan in verhouding tot de ambitie met betrekking tot speelkwaliteit, alsmede het niveau van kennis en kunde dat binnen de organisatie aanwezig is op strategisch, management- én uitvoerend niveau. Een uitgangspunt van duurzaamheid is lange-termijn-kosten-neutraliteit. Dat laat niet achterwege dat soms de kosten voor de baten uit gaan door middel van een investering of inhaalslag.

Volgens het Rapport Tauw "Inventarisatie niet-landbouwkundig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen" dat in opdracht van het Ministerie I&M eind 2013 is opgesteld, zijn pesticiden onder andere in het beheer van sportvelden en golfbanen vooralsnog nodig, omdat er nog geen alternatieven voor handen zijn in verband met sommige ziekten, plagen en onkruid die een risico vormen voor de speelkwaliteit en de veiligheid van de sportvelden.

Rapport Tauw "Inventarisatie niet-landbouwkundig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen"

Een ‘lobby’, waarin getracht wordt een uitzondering te krijgen c.q. te houden voor bijv. de golfbranche, heeft pas kans van slagen op basis van objectieve gegevens over het gebruik. Binnen de Green Deal worden deze gegevens verzameld. Feitelijk biedt de Green Deal dus de deelnemende partijen de gelegenheid om op basis van objectieve gegevens een bepaald standpunt (bijv. een specifieke uitzondering op het verbod) hard te maken.

Het is van belang dat binnen de organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer een brede discussie op gang gebracht wordt met alle betrokkenen over de haalbaarheid van de doelstellingen met betrekking tot de speelkwaliteit. Hulpmiddelen in de vorm van een Communicatietoolkit Groen & Groen 1.0 is in voorbereiding.

De nieuwe dienstverlening van de NGF is NGF Agronomie. Er zijn ook andere onafhankelijke agronomen die adviezen geven. Onafhankelijkheid is bij externe advisering een niet te onderschatten voorwaarde. Het onderling op elk niveau uitwisselen van kennis en ervaringen met collega’s is raadzaam en kan nieuwe inzichten geven. Verder zullen er regelmatig workshops en andere sessies georganiseerd worden door de NGA, de NVG en de NGF in samenwerking met de DTRF.

Indien u een vraag heeft of behoefte heeft aan meer informatie, neemt u contact op met NGF-agronoom Niels Dokkuma, via e-mail niels.dokkuma@ngf.nl of via 06 - 44166717.