Inhoud caddie

Wet van Dam

In 2012 is de Wet Van Dam ingegaan. Deze wet heeft, kort gezegd, tot doel een einde te maken aan het automatisch verlengen van lidmaatschappen en abonnementen.

Voor het lidmaatschap van verenigingen maakt de Wet Van Dam een uitzondering; verenigingen vallen immers onder het verenigingsrecht (Burgerlijk Wetboek, art 2:26 tot en met 2:52) dat ook het opzeggen regelt. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd tenzij de statuten anders bepalen. En de opzegging van het lidmaatschap kan slechts geschieden tegen het einde van een boekjaar, met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken tenzij de statuten anders bepalen. Zo kan een vereniging via haar statuten zelf bepalen welk opzegtermijn zij wil hanteren. Stilzwijgende verlenging van het lidmaatschap blijft hierdoor mogelijk indien het lid niet (tijdig) opzegt.

Wat betekent deze wet voor lidmaatschap van verenigingen?

Wel wordt met de Wet Van Dam de eis gesteld dat de leden de voor opzegging noodzakelijke informatie eenvoudig kunnen raadplegen door deze opvallend te vermelden op de hoofdpagina van de clubwebsite én op bladzijde 1, 2 of 3 van het ledenblad, indien zij gebruikmaakt van dergelijke communicatiemiddelen.

 

Wet Van Dam: consumenten mogen contracten op elk moment opzeggen

 

Hoe je een lidmaatschap moet opzeggen is niet geregeld in het verenigingsrecht. Veel verenigingen hebben de eis van schriftelijk opzeggen zelf opgenomen in de statuten. In de huidige tijd is het wel belangrijk om met elkaar te bedenken wat er onder ‘schriftelijk’ wordt verstaan; is dit een brief, of is een email (met bevestiging van ontvangst) ook toereikend?

Wat betekent deze wet voor aanbieders van speelrechten?

De Wet Van Dam bepaalt dat consumenten hun langlopende contracten, zoals abonnementen, op elk moment mogen opzeggen met een opzegtermijn van maximaal een maand. Dit recht ontstaat na de eerste stilzwijgende verlenging of meteen indien een contract direct voor onbepaalde tijd is aangegaan. Een overeenkomst voor bepaalde tijd van bijvoorbeeld een jaar (bijvoorbeeld een speelrecht van een jaar) kan dus niet meer stilzwijgend worden verlengd met weer een jaar. Althans, dit kan wel, maar de consument heeft dan het recht om per maand op te zeggen. Alleen wanneer de consument expliciet kiest (wilsovereenstemming) voor een nieuw jaarcontract, is de overeenkomst niet meer maandelijks opzegbaar.


De Wet bepaalt ook dat niet mag worden geëist dat op een andere manier opgezegd moet worden dan de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen (mondeling, schriftelijk of elektronisch).

Onduidelijk?

Wellicht is het wel of niet van toepassing zijn van de Wet Van Dam niet altijd duidelijk. Verenigingen bieden immers niet alleen lidmaatschappen aan, maar ook speelrechten. En vaak is het afnemen van een speelrecht bij een exploitant gekoppeld aan het lidmaatschap van een vereniging. Bij onduidelijkheid is het belangrijk om de consequenties met uw (juridisch) adviseur te bespreken.

Beschikbare documenten over dit onderwerp vind je op NGF Informatieplein > interesse 'NGF Zakelijk'