Inhoud caddie

Welke handicap moet de speler op een scorekaart zetten?

De handicap die een speler in elk geval moet invullen op een scorekaart, of moet invoeren bij digitale verwerking van een score, is de exacte handicap (de WHS-handicap). De speler is er verantwoordelijk voor dat zijn/haar juiste handicap op de scorekaart staat. Bijvoorbeeld 16,0 of 21,4 of +0,8.

Daarnaast is het praktisch als de speler op een scorekaart ook de juiste baanhandicap (course handicap) en playing handicap invult.

Bij qualifying wedstrijden is het aan te bevelen dat de wedstrijdcommissies op de wedstrijdstickers de handicap, baanhandicap en playing handicap van de speler afdrukt. De speler kan dan controleren of zijn/haar handicap klopt en of de daarvan afgeleide baanhandicap en playing handicap juist is. 

Voor wedstrijdcommissies is het daarom raadzaam om de wedstrijdstickers pas op de dag van de wedstrijd aan te maken en te printen, omdat de WHS-handicap en daarmee de baanhandicap en playing handicap ‘s nachts kunnen veranderen als gevolg van de PCC.

In een Stableford-wedstrijd moet een speler niet alleen weten wat zijn/haar playing handicap is maar ook wat zijn/haar baanhandicap is. Want in qualifying wedstrijden met handicapverrekening kan de playing handicap afwijken van de baanhandicap en in qualifying wedstrijden staat het wedstrijdresultaat los van het handicapresultaat. 

Stel dat er een wedstrijd wordt gespeeld waarbij de playing handicap 95 procent van de baanhandicap is en dat een deelnemer in deze wedstrijd playing handicap 19 heeft en baanhandicap 20. De prestatie met deze playing handicap (19) bepaalt het wedstrijdresultaat van deze speler. Maar bij de bepaling van het dagresultaat voor handicapdoeleinden wordt net als anders alleen maar gekeken naar de baanhandicap (20). Bij de bepaling van het dagresultaat voor de handicap is er dus altijd sprake van volledige (100 procent) handicapverrekening.

In een Stableford-wedstrijd moet de speler weten wat zijn/haar baanhandicap is, omdat de speler dan ook weet is wanneer hij/zij voor handicapdoeleinden niet meer kan scoren op een hole (wanneer de netto double bogey score is bereikt). Als de speler op een hole niet meer beter kan scoren dan zijn/haar persoonlijke netto double bogey score, dan kan de speler de bal oppakken.

Voorbeeldtekst

Bij het organiseren van wedstrijden met 95 procent handicapverrekening kunnen wedstrijdcommissies een tekst zoals hieronder gebruiken.

Alle qualifying Stableford- en strokeplaywedstrijden worden gespeeld met een 'handicap allowance' van 95%. Dit houdt in dat je playing handicap (het aantal slagen dat je meekrijgt voor het wedstrijdresultaat) kan afwijken van je baanhandicap/course handicap (het aantal slagen dat je terugvindt in onze baanhandicaptabellen).
Op de sticker op je scorekaart zie je drie cijfers: je handicap, je playing handicap en je baanhandicap.
Voor de wedstrijd krijg je het aantal slagen mee dat bij je playing handicap wordt getoond. Je score op basis van je playing handicap bepaalt hoe hoog je eindigt in de wedstrijdklassement.
Je nieuwe handicap wordt echter net als anders berekend op basis van de score die je maakt op basis van je baanhandicap. Bij Stableford moet je de bal daarom pas oppakken als je op een hole op basis van je baanhandicap niet meer lager kunt scoren dan een netto double bogey. 
Een voorbeeld. 
Een speler heeft in een wedstrijd een baanhandicap van 18 slagen maar een playing handicap van 17 slagen. Op de hole met stroke index 18 maakt de speler een double bogey. Voor de wedstrijd levert deze score geen punten op, maar voor de handicapberekening is dit een netto bogey. Op deze hole krijgt de speler op basis van zijn baanhandicap nog wel een slag. Op deze hole moet de speler de bal dus pas oppakken als hij niet meer lager kan scoren dan een triple bogey, want voor deze speler is een double bogey voor handicapdoeleinden een netto bogey.

Lees ook Wat is een acceptabele score?

Ga terug naar de lijst met veelgestelde vragen.