Inhoud caddie

Het bepalen van de stroke index

In het handicapsysteem heeft elke hole een stroke index. De stroke index van elke hole wordt bepaald door de club en niet door de NGF, maar er zijn wel richtlijnen voor.

Wat is de stroke index?

De stroke index geeft aan op welke holes een speler extra slagen ontvangt (of geeft) op basis van zijn of haar baanhandicap (course handicap). Spelers kunnen hun baanhandicap vinden in de bekende handicapslagentabellen. In de app GOLF.NL zien golfers automatisch op welke holes ze slagen krijgen (of geven als ze heel erg goed zijn).

De baanhandicap bepaalt het aantal slagen dat de speler krijgt (of geeft). De stroke index geeft aan op welke holes de handicapslagen gekregen worden (of gegeven moeten worden). Dit is ook belangrijk voor het bepalen van de netto double bogey-score

Richtlijnen voor het bepalen van de stroke index worden beschreven in Appendix E van de Rules of Handicapping en hoofstuk 7.2 van de Wegwijs in handicapping. Hier vatten we samen hoe een en ander werkt. 

Door wie wordt de stroke index bepaald?

De stroke index (SI) van de holes kan het beste bepaald worden door de handicapcommissie in overleg met de baan- en wedstrijdcommissie.

Hoe kun je het beste de stroke index bepalen?

De commissies kunnen in de clubsoftware bekijken hoe er door spelers van verschillende niveaus gescoord wordt op hole 1, 2, 3, etc. Uit deze statistieken van de scores van de leden blijkt op welke holes laag en hoog wordt gescoord, welke holes 'gemakkelijk' en 'moeilijk' zijn.

Uit praktische overwegingen is het beter om een stroke index te maken die geldt voor alle kleuren tees, voor dames en heren en voor alle wedstrijdvormen. Dat betekent dat er soms 'compromis-keuzes' gemaakt moeten worden bij het bepalen van de stroke index. 

Om consistentie te bereiken in de stroke index op verschillende banen gelden de volgende richtlijnen.

  • Het is voor matchplay van groot belang dat te ontvangen slagen voor spelers van alle niveaus evenwichtig worden verdeeld over 18 holes.
  • Een evenwichtige spreiding van handicapslagen kan het best worden bereikt door de oneven stroke indices ('stroke indexen') toe te kennen aan de moeilijkste van de twee 9-holes lussen die samen een 18-holes combinatie vormen en de even stroke indexen aan de andere negen holes. De moeilijkste 9-holes lus is meestal de lus met de meeste lengte. 
  • Welke holes zijn het makkelijkst en welke holes zijn het moeilijkst? De club kan daarachter komen door de gemiddelde score van een groep leden te vergelijken met de par van elke hole.
  • Bij een nieuwe baan zijn er in het begin nog maar weinig scores beschikbaar. Dan is nog niet goed duidelijk op welke holes een speler met een hogere handicap een slag nodig heeft om een eerlijke strijd te spelen tegen een speler met een lagere handicap. Dan kan een voorlopige stroke index bepaald worden op basis van deze principes.
    De speler met een hogere handicap zal een slag in het algemeen het meest nodig hebben op:
    de moeilijkste par-5;
    gevolgd door de moeilijkste par-4 hole;
    gevolgd door de andere par-5 holes;
    gevolgd door de andere par-4 holes;
    gevolgd door de par-3 holes.
    Een uitzondering kan zijn dat een moeilijke par-3 hole voorrang krijgt boven een gemakkelijke par-4. Moeilijke holes zijn in het algemeen par-5 holes waar weinig spelers de green in drie slagen kunnen halen of par-4 holes waar de gemiddelde golfer de green niet in twee slagen kan halen.

Bij het maken van een goede verdeling zijn de volgende basisregels van belang. 

  • Splits de 18 holes in zes groepen van drie: 1, 2 en 3 / 4, 5 en 6 / etc.
  • Stroke index 1, 2, 3 en 4 moeten niet toegekend worden aan de holes 1, 2, 3, 16, 17 en 18.
  • De som van elk van de zes groepen van drie holes dient voor de oneven holes 25, 27 of 29 te zijn. Bij de even holes dient de som 28, 30 of 32 te zijn.
  • Ken alle oneven stroke indexen toe aan de moeilijkste negen van de 18-holes combinatie. Indien SI 1 op de eerste negen valt, dan dient SI 2 op de tweede negen te vallen. Indien index 3 op de tweede negen valt, dient 4 op de eerste negen te vallen.

Het voordeel van een dergelijke verdeling (1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15, 17 op de eerste negen of de tweede negen) is dat men voor alle tees dezelfde stroke index kan hanteren.

De volgende methode wordt aanbevolen.

  • Geef stroke index 1 aan de moeilijkste van de holes 7, 8 of 9 (bij 9-holes banen aan de moeilijkste van de holes 4, 5 en 6).
  • Geef stroke index 2 aan de moeilijkste van de holes 13, 14 of 15.
  • Geef stroke index 3 aan de moeilijkste van de holes 4, 5 en 6 (bij 9-holes banen aan de moeilijkste van de holes 7, 8 en 9).
  • Geef stroke index 4 aan de moeilijkste van de holes 10,11 of 12.
  • Geef stroke index 5 aan de moeilijkste van de holes 1, 2 of 3.
  • Geef stroke index 6 aan de moeilijkste van de holes 16, 17 of 18.
  • Verdeel stroke index 7 tot en met 12 over bovenstaande groepen van drie holes, eventueel op basis van moeilijkheidsgraad, dat wil zeggen dat index 7 niet in de groep van de holes 7, 8 of 9 hoeft te komen, etc.
  • Verdeel stroke index 13 tot en met 18 op de wijze zoals hierboven beschreven.
  • Zorg ervoor dat slagen 1 tot en met 6 niet op openeenvolgende holes worden gegeven.

Een alternatief.

  • Stroke index op de holes 1, 2 en 3: 5, 7 en 15 - som 27
  • Stroke index op de holes 4, 5 en 6: 3, 11 en 13 - som 27
  • Stroke index op de holes 7, 8 en 9: 1, 9 en 17 - som 27
  • Stroke index op de holes 10, 11 en 12: 4, 12 en 14 - som 30
  • Stroke index op de holes 13, 14 en 15: 2, 10 en 18 - som 30
  • Stroke index op de holes 16, 17 en 18: 6, 8 en 16 - som 30